Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
80 SCHOOLA-ERVULLINGEN,
ren Ie worden toegezonden door den respectieven dis-
tricts-schoolopziener; zullende de sclioolberiglen, die bij
denzelven commissaris later inkomen, eerst in lietnom-
mer der Bijdragen van de volgende maand worden ge-
plaatst, waarnaar de dag van bet vergelijkend examen
in die gevallen dan zal bebooren veranderd of geregeld
te worden.
3°. Dat geene aankondigingen van schoolvacaturen, of
oproeping van sollicitanten, voortaan in de openbare
nieuwspapieren zullen gedaan worden, voor dat zij in
de Nieuwe Bijdragen geplaatst zijn, en bet nommer,
waarin zij geplaatst zijn, werkelijk in bet licbt versche-
nen is.
€. Extract uit het register der handelingen cn resolulicn van
den minister voor het publieke onderwijs, dc nationale nij-
verheid en de koloniën, van 28 Februarij 1819.
Gezien de voordragt van den hoofd-inspecteur van het mid-
delbaar en lager onderwijs, van den 30 Januarij 1819,
59;
En in aanmerking genomen zijnde:
1°. Dat het gebruik, hier en daar ingevoerd, om bij het
overlijden van schoolonderwijzers aan de weduwen een
jaar van gratie te vergunnen, door de ondervinding be-
wezen is, aanleiding te geven tot vele misbruiken en
tot verachtering van bet plaatselijk onderwijs, en zelfs,
in vele gevallen, tot stilstand van hetzelve;
2®. Dat dit gebruik daar en boven dc strekking heeft,
dat bij de eindelijke keuze van eencn vasten onderwij-
zer, met partijdigheid wordt te werk gegaan, ten gun-
ste van hem die tijdelijk de schooldienst beeft waarge-
nomen.
3®. Dat zoo lang geen weduwen-fonds voor onderwijzers
aanwezig is, in de belangen enden nood der nagelatene
weduwen en kinderen door de gemeenten behoort te
worden voorzien, op eene wijze, dat het onderwijs der
jeugd geen nadeel lijde;
4°. Dat. [in het algemeen, het lang onvervuld blijven van
openvallende schoolonderwijzers-plaatsen, groote ijks na-
deelig bevonden is voor het plaatselijk onderwijs, als ook
allerlei inbreuk na zich sleept op de voorschriften, om-
trent de vervulling van schoolvacaturen, welke bij art.
2 van het besluit van den souvereinen vorst, van 20
Maart 1814, n°. 2, zijn gehandhaafd.