Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
76 SCHOOLA-ERVULLINGEN,
verleend door de gedeputeerde staten, doch zal die door
den minister van binneniandsche zaken verleend worden,
voor zoo verre ^s rijks lagere scholen betreft en de onder-
wijzersposten, waaraan eenig inkomen van 'slandswege
is verbonden, en eindelijk, wanneer er ten aanzien der be-
noeming, bij de betrokkene ambtenaren en besturen verschil
van gevoelen^ bezwaren of bedenkingen ontstaan. Zie bo-
ven het gestelde onder art. 12 der wet pag. 8 en verv.,
en onder art. 17 pag. 11 en verv.
3°. Bij de voordragt tot de benoeming komt in aanmerking
het bepaalde bij art. 7 van het kon. besl. van 2 Januarij
1842, n°. 61 (st.bl. n°. 1). Zie boven art. 22 der veror-
deningen op dc examens pag. 47.
4®. De inzending van de oproeping der sollicitanten geschiedt
aan den den inspecteur der latijnsche scholen enz., volgens
bet medegedeelde onder art. 1 der wet, aanm. e pag 2.
B. Ter bevordering van het duidelijk inzien der in deze nota
voorkomende bepalingen, strekke de mededeeling van al dc aan-
gehaalde verordeningen.
a. Besl. van den souvereinen vorst van 20 Maart 1814,
n®. 2 (st. bl. n^ 39}, art. 2.
Ter vervulling der openvallende plaatsen van schoolonder-
wijzers, zullen, op den tot hiertoe gebruikelijken voet, de
opgeroepcne wettige sollicitanten aan een vergelijkend exa-
men worden onderworpen, en zal, na ontvangst van het ver-
slag deswege, onze commissaris-generaal van binneniandsche
zaken de autorisatie tot de aanstelling of toelating verleenen
en de vereischte acte uitreiken.
b. Aankondiging van den inspecteur van 28 Augustus
1812:
De inspecteur-generaal der keizerlijke universiteit, door
zijne excellentie den groot-meester van dezelve universiteit be-
last, met eene bijzondere zending voor de hollandsche de-
partementen;
Herinnerende, dat de besluiten en reglementen belrcfTende
de universiteit medebrengen, dat geenerhande etablissement
van onderwijs kan opgerigt worden buiten de universiteit
en zonder de autorisatie van haren chef} dat niemand eene
school kan opzetten noch opentlijk onderwijzen zonder lid
der universiteit te zijn^ en zonder dat daartoe door den
groot-meester de vergunning is verleend geworden., en dat
alle de posten hij de universiteit door hem begeven worden.
(Besl. van 17 Maart 1808, art. 2, 3, 54 en 59. Besl. van