Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
S6 ISSTaUCTIE DEK. SCHOOLOPZIENERS.
bijzondere voordragten of voorstellen, getrokken
uit die harer leden (art. 23) of anderszins voorge-
komen, als elke commissie verlangen zou, dat bij
de volgende algemeene jaarlijksche vergadering (art.
7 van het regl.) wierden in overweging gebragt,
of besloten bij haar departementaal bestuur in te
leveren.
Bij ministerieel besl. van 25 Julij 1832, n°. 129 is bepaald:
dat alsdan ook zullen worden ingezonden de rekeningen en ver-
antwoordingen der distriets-schoolopzieners van de toelage voor
de scboolonderwijzersgezelsehappen.
Art, 30.
Een gelijk geauthentiseerd afschrift van het algemeen
jaarlijksch overzigt (art. 27) wordt binnen gelijken tijd
door de commissie verzonden aan het respectief departe-
mentaal of landschapsbestuur, terwijl voorts van alle
overige stukken, des gerequireerd, visie gegeven wordt
aan hetzelve, alsmede aan dat lid uit hetzelve, hetwelk
speciaal met de zorg over het lagere schoolwezen en on-
derwijs is belast (art. 3 der wet); te welken einde alle
oorspronkelijke, bij den secretaris van staat voor de bin-
neniandsche zaken ingezondene stukken, met name de
schriftelijke opgaven der onderscheidene schoolopzieners
(art. 24), derzelver jaarlijksche verslagen (art. 23), als-
mede de jaarlijksche schriftelijke opgaven der onderschei-
dene plaatselijke schoolcommissien (art. 26), nadat daar-
van bij het departement van binneniandsche zaken het
noodig gebruik zal zijn gemaakt, en uiterlijk binnen twee
maanden na de ontvangst, zullen worden teruggezonden
aan den secretaris der laatstgehoudene vergadering, om bij
de stukken en papieren der respectieve commissien te wor-
den gedeponeerd en bewaard.
Art. 31.
De raadpensionaris behoudt aan zich de magt, om deze!
instructie zoodanig te interpreteren, te altereren en tes
ampliëren, als bevonden zal worden te behooren.