Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
61 INSTRUCTIE DER SCHOOLOPZIEKERS.
binnen zijn district, ten aanzien van eenige school
of onderwijzersplaats, sedert de laatste vergadering,
hebben stand gegrepen, inzonderheid:
Uet openvallen van onderwijzersplaatsen, en het
afgeven van acten van speciale beroeping, aan-
stelling of admissie aan onderwijzers van al-
lerlei soort of rang, beide met vermelding van
belangrijke bijzonderheden, daartoe betrekkelijk.
De aanstelling van plaatselijk toevoorzigt op klei-
nere plaatsen (art. 9 van het regl.) en verande-
ringen, in plaatselijke schoolcommissien (art.
10 van het regl.) voorgevallen.
Het nieuw oprigten eener lagere of ook industrie-
school, en het nieuw vestigen van eenigen huis-
onderwijzer.
Het opmaken van bijzondere schoolorden (art.
21 van liet regl.), de invoering van leer- en
leesboeken, buiten de algemeene boekenlijst, op
de bijzondere scholen van de beide klassen (art.
24 van het regl.).
De maatregelen ter verbetering en regeling der
inkomsten van onderwijzers (art. 9, als mede
art. 30, n°. 1 van het regl.).
De voorzieningen in het onafgebroken schoolhou-
den en schoolgaan (art. 9, als mede 30 n°. 2 van
het regl.) en derzelver hindernissen.
De aanmoedigingen of wel tegenkanting, den
schoolonderwijzeren te beurt 'gevallen.
Gehoudene schoolexamina.
En dit een en ander onder naauwkeurige aanwijzing
van alles, wat men, buiten hetgene reeds in de maan-
delijksche berigten (art. 14) vervat was, verlangen zou,
dat in de meergemelde Bijdragen enz. wierde geplaatst.
Art. 25.
Uit deze zijne schriftelijke opgaven (art. 24) en verdere bij-