Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
60 INSTRUCTIE DER SCHOOLOPZIEKERS.
Art. 22.
Ingeval eene commissie mögt verlangen eenen vasten se-
cretaris buiten hare leden, zal zij daarvan de voordragt
doen aan het departementaal bestuur, en dezelve zijne
aanstelling van den raadpensionaris ontvangen, zullende
echter, uit dezen hoofde, geene verhooging mogen gevor-
derd worden van de globale som, aan elke commissie toe-
gelegd.
Art. 23.
De gewone en buitengewone vergaderingen zullen niet
eerder scheiden, dan nadat al de bezigheden, aan dezelve
opgedragen, en welke afdoening vorderen, behoorlijk zijn
ten einde geloopen.
Art. 24.
Elk der leden van de eommissien van onderwijs brengt
op iedere gewone vergadering ter tafel van dezelve eene
schriftelijke opgave:
1°. Van de scholen, welke hij sedert de laatstvoor-
gaande vergadering bezocht heeft (art. S), met ver-
melding van den tijd op welken, en verslag van
zijn bevind en waarnemingen omtrent derzelver ge-
steldheid in allerlei opzigten (art. 6 en 7).
2°. Van de gelegenheden, door hem aan onderwijzers
verleend, ten 'einde hen te onderhouden over'hun-
nen post (art. 4).
Van het examineren van schoolonderwijzers van
den laagsten rang en andere onderwijzers art. 2 en
4 der verordeningen), alsmede van schoolonderwij-
zers van hoogere rangen, door zoodanige plaatse-
lijke schoolcommissie, als daartoe bij art. 3 van het
reglement geregtigd is, alles met vermelding van
zoodanige bijzonderheden, als van belang mogen
geacht worden.
4°. Van de veranderingen en bijzonderheden, welke