Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
71 INSTRUCTIE DER SCHOOLOPZIEKERS.
Op expresse bijeenroeping, het zij van den secre-
taris van staat voor de binneniandsche zaken, het
zij van het departementaal bestuur, welke ieder
aisdan voor zich zeiven in de kosten op eene re-
delijke wijze zal voorzien.
3. Wanneer de leden onderling zulk eene buitenge-
wone zamenkomst noodig of raadzaam oordeelen,
mits alsdan op hunne bijzondere kosten.
Art. 20.
Al de leden der commissien van onderwijs zijn verpligt
deze vergaderingen (art. 18 en 19) bij te wonen, en kun-
nen zich daarvan om geene andere redenen versclioonen,
dan die door de volstrekte noodzakelijkheid worden ge-
wettigd.
Art. 21,
De leden der vergadering nemen bij tourbeurten den post
van voorzitter en secretaris waar, des echter, dat deze ook
aan één hunner voor längeren tijd kan worden opgedra-
gen, mits zulks geschiede met deszelfs volkomene bewil-
liging-
a). lïij art. 1 van het kon. besl. van 2 Januarij 1842, n". 61,
(st. hl. n®. 1) is aan de gedeputeerde staten de bevoegdheid
verleend om een lid uit hun midden tot voorzitter te benoemen.
(Zie pag. 5 in de aanm. op art. 5),
b). Bij kon. besl. van 13 Maart 1821, n°. 85 is bepaald: 2®. Dat
hetgene, in art. 21 dezer instructie gezegd wordt van den post
van voorzitter bij de commissien van onderwijs, voortaan toe-
passelijk zal zijn op de vice-presidenten bij dezelve.
c). Bij kon. besl. van 4 Maart 1815, n°. 87, art. G en 7 is be-
paald: dat voortaan, bij elke commissie, uit hare respectieve
eden zal worden benoemd een vaste secretaris, tegen het genot
van eenig dedommagement uit de globale sommen aan de com-
missien van onderwijs respectievelijk toegelegd, en dat voortaan
bij invallende vacaturen, deze vaste secretarissen zullen worden
benoemd op gelijke wijze als de leden zeiven.