Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
S4 ISSTKUCTIE DER SCHOOLOPZIENEPiS.
naar den aard der scholen, het zij aan de plaatselijke;
schoolcommissie, hel zij aan het over die scholen bijzon-•
der gevestigd opzigt bescheidenlijk voordragen.
Art. 8.
In alle zaken, waarin de schoolopzieners, tot bevorde--
ring van het lager schoolwezen en onderw ijs, den bijstand I
of de medewerking der burgerlijke magt noodig hebben,,
zullen zij zich tot dat einde, naar den aard der zaken,,
vervoegen bij het plaatselijk, departementaal of nationaal I
bestuur (art. 11 der wet).
a). Bij art. 10 van het kon. besl. van 27 Mei 1830 (st. bl. n°..
9) is bepaald: alle instellingen van onderwijs, zonder uitzonde- ■
ring, zullen aan het toezigt der openbare autoriteiten ondenvor- •
pen, en diensvolgens steeds toegankelijk moeten zijn voor de!
lersonen, die, van wege het plaatselijk, provinciaal of algemeen i
jestuur, bevoegd zijn om den staat derzelve op to nemen.
b). In de cireulaire van het departement van binneniandsche;
zaken van 5 Julij 1830, L». A, wordt gezegd: het beginsel in i
dit (10) artikel uitgedrukt is duidelijk en behoeft geene verde--
diging. De uitoefening van toezigt op het openbaar onderwijs be-
hoort tot het wezen van elke regering, en meer bijzonder vani
die in dit koningrijk, overeenkomstig de bepalingen der grond--
wet.
Art. 9,
Zij zullen speciaal de verbetering der schoolvertrekken, hett
onderwijs van de kinderen der behoeftigen, vooral ten plat--
ten lande (art. 29 van het regl.), de geschiktere regeling;
en verbetering vaii de inkomsten der onderwijzers, (art. 30 I
n°. 1 van het regl.) en het, zoo veel mogelijk, onafge-
broken schoolhouden en schoolgaan, geheel het jaar door'
(art. 30 n". I van het regl.) ernstig ter harte nemen, eni
cleswegens de noodige voordragten doen bij zoodanige;
geconstitueerde magten of ook bij zoodanige andere colle-
gien of personen (art. 10, 11 en 13 van het regl.), als;
bevoegd zijn om in dezen te voorzien en te disponeren,
met inachtneming voor het overige, ten aanzien van het;
bepaalde in dit en het voorgaande artikel, vau het vast-
gestelde bij art. 5 der wet.