Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
IPiSTRUCTIE DER SCHOOLOPZIENERS. S5
Art. 3.
Hij zal zich bekend maken met de personen en onder-
scheidene talenten van al de onderwijzers (art. h vani
het regl.) binnen zijn district en daarvan behoorlijke aan--
teekening houden, en aan dezulken, die raad en onder--
rigting omtrent de waarneming van hunnen post begeereni
of behoeven, steeds vrijheid vergunnen, of in bijzondere;
gevallen, de verpligting opleggen, om zich, in persooni
of geschrift, tot dat einde bij hem te vervoegen.
Art. 4.
Inzonderheid zal hij er zich op toeleggen, om doorr
otiderrigling en aanmoediging den ijver der onderwijzers?
op te wekken en gaande te houden, en hen te dien einde;
in meerder of minder aantal, op vastgestelde tijden, hett
zij in zijne woonplaats, het zij in andere gedeelten vani
zijn district, zoo veel mogelijk bij herhaling om zich:
verzamelen, zich met hen onderhoudende over de bedoe-i
lingen en werkzaamheden van hunnen gewigtigen post,,
en over de voorgeschrevene en beste wijze om denzelvem
getrouw en ten meesten nutte der jeugd waar te nemen,.
Aan deze bepaling hebben de schoolonderwijzersgezelschappenn
hunne oprigting te danken.
Bij besl. van den souvereinen vorst van 18 Februarij 1815,i
n°. 91, werd eene geldelijke toelage aan deze gezelschappeiffl
verleend, en sedert jaarlijks eene som ter verdeeling onder de-^
zelve ter dispositie van den minister van binnenlandsche zakent
gesteld.
De respectieve schoolopzieners verantwoorden het gebruik den
gelden, aan de, in hun district gevestigde gezelschappen, toege-e
staan.
Art, S,
Elk hunner is gehouden, om al de scholen van zijn
district, voor zoo verre zij regtstreeks te zijner verant-t
woording staan, (verg, art. 9 van het regl. en art, 11
dezer instr,, als mede art, 13 van het regl.) zoo veec
mogelijk, tweemaal in ieder jaar te bezoeken; wordenddi