Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERORDEI^INGEN OP DE EXÄMEWS. -49
soort of rang ook, verkregen hebben, blijven des niet te niln ,
zoo dikwerf dit gevorderd wordt, onderworpen aan het
ondergaan van een nader of tweede examen, bij het staan
naar eene speciale beroeping, aanstelling of admissie, (art.
17 der wet), het zij voor de plaatselijke schoolcommissie,
het zij voor zoodanige collegien of personen, als daartoe
door de genen, die het regt van beroeping, aanstelling of
admissie bezitten of oefenen, zouden mogen zijn of wor-
den gequaliüceerd.
Bij de huishoudelijke schoolreglementen ïn 1806 en verv. vast
gesteld, werd in sommige gevallen een vergelijkend examen verplig-
tend gemaakt; zie h. v. het huishoudelijk schoolreglement voor
Holland van 5 Maart 1807, art. 5 L®. c) cn dit, tijdens de fransche
overheersching algemeen gemaakt, is bepaaldelijk voor lagere
scholen zonder onderscheid vast gesteld, bij art. 2 van het liesl.
van 20 Maart 1814, n°. 2 (st. bl. n°. 39), cn bij opvolgende
kon. besluiten gehandhaafd, laatstelijk bij dat van 2 Jaiuiarij
1841, n°. 61 (st. bl. n°. 1) (zie art. 7), hoewel de minister vau
binnenlandsche zaken bevoegd is tot liet verleenen van dispen-
satie. Zie het kon. besl. van 31 Augustus 1831, (st. bl. n°. 26).
Vergelijk verder het gestelde onder art. 17 der wet, hiervoor
pag. li en verv.
Art. 26.
Hetgene voor de af te leggen examens (artikel 2, S
en 4) behoort te worden voldaan, zal bij de departe-
mentale (art. 20 der wet) en stedelijke (art. 10 van het
regl.) schoolreglementen worden bepaald, in dier voege
echter:
1°. Dat daarbij eene opklimming in de somma, voor
eiken verkregen rang van schoolonderwijzer te vol-
doen, worde in acht genomen, als mede eene be-
hoorlijke evenredigheid tusschen hetgene van de
onderscheidene rangen der schoolonderwijzers, en
van de schoolhouderessen en huisonderwijzers ge-
vorderd wordt.
Dat hij, die, bij het verkrijgen van eenen lageren
rang als schoolonderwijzer, de daartoe gestelde
somma voldaan heeft, telkens bij het verkrijgen
van eenen hoogeren (art. niet meer belale,