Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
46 VEKORDEÏilKGEJi OP DE EXAMENS,
latende alle vrijheid om zelfs op de allerminste school
den bekwaamsten man te plaatsen.
Art. 18.
Binnen grootere steden of plaatsen, in art. 10 van het
reglement breeder omschreven, mag noch op eene open-
bare, noch op eenige bijzondere school een onderwijzer
van den vierden of laagsten rang aan- of opgenomen wor-
den, en wordt aan de plaatselijke schoolcommissien bo-
vendien aanbevolen te zorgen, dat, zoo veel mogelijk, het
schoolonderwijs binnen hare stad of plaats gegeven worde
door schoolonderwijzers van den eersten of tweeden rang*
Art. 19.
Het getuigschrift, af te geven aan schoolonderwijzers
van den eersten of hoogsten rang, draagt bij onderschei-
ding en uitnemendheid den naam van volledig getuigschrift;
hetzelve wordt niet verleend, dan aan zulken, die den
ouderdom van 23 jaren bereikt hebben, terwijl voorts in
het afgeven van zoodanige volledige getuigschriften met
de meeste getrengheid Avordt te Averk gegaan, en dezen
zich ook zeiven in uiterlijken vorm op eene vereerende
wijze onderscheiden.
Bij eene aanschrijving van den minister voor het publiek on-
derwijs enz. van 3 Junij 1822 is te kennen gegeven: dat er
thansy 16 jaren na de invoering der JVet^ meer han en behoort
gevorderd te worden van de onderwijzers ^ en daarbij gevoegd
de aanmaning, om bij voortduring eene gepaste gestrengheid
omtrent het afgeven of toekennen van den eersten raw^ in acht
te nemen, en althans niet minder, dan de verordeningen op de
examens vereischen en voorschrijven, maar des niet te min, alle
zoodanige onderwijzers, ten gunstigste bekend ten aanzien van
verstandelijke beschaafdheid en poede zeden op het hunnent t
wege te doene aanzoek, om voor den eersten rang te worden ge- ■
ëxamineerd, tot dat examen toe te laten, doch hetzelve dan ook i
in te rigten, er den uitslag van te beoordeelen, cn deswege te3
beslissen, geheel overeenkomstig met voorzegde beginselen eni
herinneringen.