Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERORDEKINGEN OP DE EXAMENS. -45
Art. 16.
De getuigschriften van den derden, als mede die van den
vierden of laagsten rang, (art. 1 en 12), geregligen niet dan
tot allerlei scholen van plaatsen, wier behoefte evenredig
is met den rang en de bekwaamheid van zoodanige school-
onderwijzers, en welke gelegen zijn binnen het ressort der
commissie van onderwijs of der plaatselijke schoolcommis-
sie (art 3).
a). Bij de kon. besl. van 21 Maart 1815, n°. 18, van 27 Ja-
nuarij 1818, n°. 66, en van 16 Maart 1821, n°. 85, was telkens
ten aanzien der bezitters van den derden rang, eene tijdelijke
uitzondering gemaakt, en werd bij het kon. besl. van 17 Julij
1830, n°. 138, definitief bepaald: dat de lagere onderwijzers van
den derden rang bij voortduring de bevoegdheid znllen hebben,
welke hun vroeger tijdelijk was verleend, om binnen alle pro-
vinciën des rijks te mogen staan naar scholen, waartoe zij we-
gens hunnen rang geregtigd zijn.
b). Bij resolutie van den minister voor publiek onderwijs enz.
van 20 April 1821, n°. 1, is bepaald, dat de candidaten naar
den derden rang, bij de overige vereischten en gevorderde getuig-
schriften, levens zullen moeten overleggen een allezins vo doend
bewijs, dat zij, gedurende geheel het laatst verloopene jaar, bij
eene welingerigte school practisch onderwijs hebben gegeven,
het zij als onderwijzer, ondermeester, adsistent of kweekeling, en
voorts op eene toereikende wijze zullen moeten doen blijken,
dat zij eene goede manier van onderwijzen, niet alleen theore-
tisch, maar ook praktisch wel kennen.
Art. 17.
Ten einde aan de bepalingen, in de beide voorgaande
artikelen vervat, te beter voldaan kunne worden, zullen
de scholen der kleinere sleden en plaatsen, in art. 9 van
het reglement breeder omschreven, door de respectieve
schoolopzieners en commissien van onderwijs, volgens
een nader op te geven voet, worden geklassilicoerd in
scholen van den hoogsten, middelsten en laagsten rang, en
deze klassificatie aan de goedkeuring der departementale
besturen onderworpen; moetende dezelve alleen dienen
om te voorkomen, dat de voornamere scholen~niet door
onderwijzers van te geringe bekwaamheid bezet worden,