Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERORDENIKGEJi OP DE EXAMENS. 43
deringen tegenwoordig zijn, ten einde eene dadelijke proeve
van de vorderingen in de onderwijskunde te nemen.
Art. 11.
Eindelijk zullen eenige vragen worden gedaan omtrent
het aanwenden der grondbeginselen nopens het beloonen
en straffen, en in het algemeen over de geschiktste mid-
delen om niet alleen het verstand der kinderen te ont-
wikkelen en te beschaven, maar ook inzonderheid, om
hen op te leiden tot christelijke deugdbetrachting, (art.
22 van het reglement).
Art. 12.
Wanneer het examen is ten einde geloopen, zal aan
den geëxamineerde tot schoolonderwijzer, mits genoegzame
bewijzen van bekwaamheid getoond hebbende, naar den
graad dier bekwaamheid, een getuigschrift of acte worden
afgegeven, waarin van deszelfs, in het examen aan den
dag gelegde kundigheden en begaafdheden, in hare soort
en omtrek, zoo veel mogelijk verslag gedaan en tevens
verklaard wordt, dat hij in cïen eersten, tweeden, derden
of vierden rang der schoolonderwijzers is opgenomen, en
mitsdien de algemeene toelating (art. 13, n". 2, en art.
16 der wet) verkregen heeft, om in den hem toegewezen
rang, te staan naar eene schoolonderwijzers-plaats (art. 17
van hetregl.), met bijgevoegde vermelding eindelijk van de
onderscheidene vakken en talen, tot welker onderwijzing
hem de algemeene toelating gegeven wordt. (verg. boven
art. 2 en 3, als mede art. 17 van het regl.).
Art. 13.
Ook aan de geëxamineerden tot schoolhouderesse en huis-
onderwijzer zal, mits genoegzame bewijzen van bekwaam-
heid getoond hebbende, eene acte worden afgegeven, be-
helzende, behalve de omschrijving van de soort en den
omtrek der in het examen aan den dag gelegde kundig-
heden en begaafdheden, de verklaring, dat de geëxami-
neerde de algemeene toelating, het zij als schoolhouderesse.