Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERORDENIKGEA OP DE EXAMEXS. 41
Art. 8.
Alvorens het eigentlijk examen aanvangt, zal men, door
den gene, die zich tot helzelve aanbiedt, op eene een-
voudige wijze te ondervragen en met denzelven in een
gemeenzaam gesprek te treden, zooveel mogelijk trachten
te ontdekken deszelfs zedelijke en godsdienstige denkwijze
en beginselen, den omtrek zijner kundigheden, zoo ten aan-
zien der noodzakelijkste vakken van het lager onderwijs,
als met opzigt tot zoodanige andere talen en wetenschap-
pen, waarin hij zou wenschen onderwijs te geven, en bo-
vendien den graad zijner geschiktheid," om kinderen be-
hoorlijk te behandelen, te onderwijzen en te vormen.
Art. 9.
De werkzaamheden van het examen zullen, doch altijd
gewijzigd en gekozen overeenkomstig de onderscheidene
rangen van schoolonderwijzers, en in het algemeen naar
de vereischt wordende bekwaamheden in de personen, die
hetzelve ondergaan, zijn de navolgende:
1°. Eene proeve doen geven van vaardigheid in het
juist, natuurlijk en met den vereischten toonval
lezen van allerlei gedrukt en geschreven schrift,
en tevens onderzoeken de kunde in het gebruik der
scheid- en zintcekenen.
2°. Enkele woorden, of ook een opstel, waarin de regelen
eener goede spelling verwaarloosd zijn, ter verbete-
ring voorleggen, en de redenen der gemaakte ver-
anderingen afvragen, ten einde de bekwaamheid in
de spelkunst (orthographie) te ondertasten.
3°. Tot eene proeve der vorderingen in de nederduitsche
taalkunde eenen volzin opgeven, om de rededee-
len daarin aan te wijzen, en de ervarenheid in de
woordbuiging, woordvoeging enz. te toetsen.
i". Eenige regels in het groot, middelsoort en klein
doen schrijven, en de pennen, welke hiertoe ge-
bruikt worden, zelf doen versnijden.