Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERORDEKINGEN OP DE EXAMENS. 39
Art. 8.
Allen, die eene algemeene toelating als schoolonderwij-
zer van den derden, tweeden of eersten rang begeeren, zul-
len moeten worden geëxamineerd voor eene commissie van
onderwijs, of wel voor de plaatselijke schoolcommissie
(art. 10 van het reglement) van zoodanige stad, die, we-
gens het zeer groot aantal scholen binnen dezelve, geheel
alleen een schooldistrict uitmaakt (art. 7 der wet): het-
gene in het voorgaande artikel van de commissie van on-
derwijs gezegd is, geldt in dit geval van zoodanige plaat-
selijke schoolcommissie.
Art. 4.
Boven en behalve de examens van schoolonderwijzers,
ter verkrijging eener speciale beroeping, aanstelling of ad-
missie, waarvan nader in artikel 23, worden voor al de
plaatselijke schooleommissien (art. 10 van het reglement)
afgelegd de examens van personen, die de algemeene toe-
lating als huisonderwijzer of schoolhouderesse begeeren;
terwijl daar, waar geene plaalselijke schoolcommissie be-
staat, deze examens worden afgelegd, of voor den school-
opziener van het district, of voor de commissie van on-
derwijs, in geval namelijk het onderwijs van de genen,
die het examen verlangen te ondergaan, zich ook tot
vreemde talen of hoogere wetenschappen zoude mogen
uitstrekken.
Art. S.
De eommissien van onderwijs, schoolopzieners of plaat-
selijke schooleommissien zullen niet vermogen eenige an-
dere personen, ter verkrijging der algemeene toelating, te
examineren, dan welkebinnen hunne departementen of
ressort van dien, districten, steden of plaatsen, respectie-
velijk gedurende het laatste jaar met der woon gevestigd
waren, of buitenlanders zijnde, zich wenschen te vestigen.
a). Bij kon. besl. van 8 Augusfns 1822, n°. 91, is bepaald:
1°. Dat vreemdelingen in dit rijk de functien van pro-
fessoren, regenten of seboolonderwijzers mogen uitoefenen,
zonder te zijn voorzien van brieven van naturalisatie.