Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
wsm
38 verordeiniin'Ge:^ op de examens.
heid in de grondbeginselen en beoefening eener
oordeelkundige leerwijze — in de aardrijks- en ge-
schiedkunde goede bedrevenheid bezitten, met de
natuur- en >viskunde wel bekend zijn, en in be-
schaafdheid van verstand uitmunten.
De schoolhoiideressen (art. A van het reglement) ma-
ken, hoewel onderling zeer verschillende, gezament-
lijk slechts éénen rang uit; als mede de gezanientlijke
tiuisondenvïjzers (art, 4 van het reglement),
a). De adspiranten naar eenigen sclioolonderwijzersrang moeten, vol-
gens ministerieel besluit van 3 December 1810, n°. 29, ver-
nieuwd met dat van 23 Mei 1815, n°. 103, en herinnerd bij
dat van 22 Maart 1817, n°. 585, overleggen een geboorte-at-
test, uit hetwelk blijkt, dat zij vóór den dag van het examen,
den gevorderden ouderdom bereikt hebben, welke:
voor den vierden rang bepaald is op IG jaren;
c< cc derden « cc a « 18 cc
c< cc tweeden « cc cc cc 22 cc
en cc cc eersten cc volgens art. 19 dezer verordenin-
gen, op 25 jaren.
b). De commissien van onderwijs zijn, bij besluit van den secre-
taris van staat voor de binneniandsche zaken van 23 Mei 1815
n''. 103, bevoegd verklaard om in de opvatting en toepassing
der woorden, voorkomende in art. 1 der verordeningen op de
examens ten stren-rste te werk te gaan, en zich daarin te rig-
ten naar de behoefte van het schoolwezen en den meer gunsti-
gen staat van de kundigheden der schoolonderwijzers.
Art. 2.
Zij, die slechts de algemeene toelating als schoolonder-
wijzer van den vierden of laagslen rang begeeren, zullen,
des verkiezende, kunnen volstaan met hun examen af te
leggen voor den schoolopziener van het district, die echter
gehouden zal zijn, om van dit, door hem afgenomen
examen, verslag te doen aan de commissie van onderwijs,
ten einde deze over de toelating van de zoodanigen be-
slisse en er het bewijs of de acte (beneden art. 12) van
afgeve.