Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
REGLE3IEKT VOOR HET LAGER SCHOOLWEZEN. 83
1°. Ilct genot van een* -woning en hof.
2®. Een vast inkomen.
3°, Een veranderlijk inkomen, hetwelk naar evenredigheid der
schoolgaande kinderen zal worden betaald, het zij uit de
middelen der belanghebbende gemeenten, het zij door dc
ouders der schoolgaande kinderen, of van wege die kinde-
ren door hunne voogden, en, voor zooveel armen kinderen
betreft, door de liel'dadigc gestichten, waardoor de kinde-
ren worden onderhouden.
4°, In allen gevalle zullen, uit dc tot dit einde door dc ge-
meenten te verlcenen uitkeering, of uit de schoolgelden,
ook dc hoeken en schoolbchoeften, door de zorg van de
plaatselijke besturen, tot gebruik der leerlingen worden aan-
geschaft.
Kon. besl. van 27 Mei 1830, (st. bl. n^ 9), art. 5.
b). Door onzen minister van binnenlandsche zaken zal, na ge-
houden overleg, voor zoo veel noodig, met de departementen van
ceredienst, aan ons maatregelen worden voorgedragen, tot het
doen ophouden (voor zoo veel zulks behoudens alle verkregene
regten kan geschieden) van dc verpligte vereeniging, waar die
nog bestaat, der onderwijzersbetrekking met kerkelijke bedie-
ningen.
Kon. besl. van 2 Jan. 1842, n°. 61, (st. bl. nM), art. 8.
c). Zie ook hierachter de Bijlage C: Rijkstraktementen.
Art. 31.
De secretaris van staat voor de binnenlandsche zaken
beraamt en draagt voor alle gepaste maatregelen, ter aan-
kweeking van geschikte onderwerpen voor het lager on-
derwijs, ter aanmoediging van verdienstelijke onderwijzers,
ter verbetering en verzekering van het beslaan en lot der
openbare onderwijzers; als mede ter meest geregelde en
meest vruchtbare onderwijzing en opleiding der bataafsche
jeugd, makende voorts, benevens de departementale en
gemeente-besturen, van alle middelen, in derzelver handen
gesteld (art. 3 der wet), bet best en convenabelst gebruik,
om het verbeterd lager schoolwezen en onderwijs ten