Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
3-i REGLEMENT \00R HET LAGER SCHOOLWEZEN.
Art. 29.
Op zoodanige openbare scholen, welke alleen voor de
kinderen van hehoefligen zijn opgerigt, zullen alleen de
zoodanigen mogen opgenomen en onderwezen worden,
terwijl op zulke plaatsen, als ook ten platten lande, waar
geene zoodanige scholen alleen ten behoeve van arme
'kinderen aanwezig zijn, door het daartoe bevoegd bestuur
de noodige zorg zal gedragen worden, dat deze, het zij
ten koste der diakonie, waartoe zij behooren, het zij ten
laste van eenige andere kas, naar de omstandigheid en
gelegenheid der plaats, op de aanwezig zijnde school be-
hoorlijk en geregeld onderwijs ontvangen.
Art. 30.
Aan de departementale en gemeente-besturen wordt
aanbevolen om bedacht te zijn op het beramen en nemen
van gepaste maatregelen:
1°. Ter zoodanige regeling der inkomsten van den
schoolmeester, vooral ten platten lande, dat deze
naar den aard zijner behoefte, bij eene goede
waarneming van zijnen post, daarin een toereikend
bestaan vinde, en wel zoo min mogelijk regtstreeks
afhankelijk van de ouders, wier kinderen zijne
school bezoeken (art. 3 der wet).
2°. Ter voorziening in het zoo veel mogelijk onafge-
broken schoolhouden en schoolgaan geheel het jaar
door.
Van al welke maatregelen, het zij reeds bij de hand
genomen, het zij vervolgens te nemen, als mede van der-
zelver gevolgen, door den schoolopziener van het district
berigt zal worden ingezonden bij den secretaris van staat
voor de binneniandsche zaken, ten einde daarvan zoo-
danig gebruik te kunnen maken, als ten nutte van het
algemeene schoolwezen dienstig zoude mogen worden ge-
oordeeld.
a). Aan de openbare onderwijzers zal, zoo veel mogelijk, toege-
wezen worden: