Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
lijl^ 43 REGLEMENT VOOR HET LAGER SCHOOLWEZEN
ven is omschreven. Achtervoljens die verklaring zal de school-
opziener {of de plaatselijke sc loolcommissie) het gebruik schor-
sen of toelaten.
In geval van schorsing, zal de schoolopziener (of de plaatse-
lijke schoolcommissie door tusschenkomst van den schoolopzie-
ner) van deze, gelijk van de gansche toedragt der zaak, met
overlegging der stukken in voege voorschreven, in de eerstko-
mende vergadering kennis geven aan de provinciale commissie
van onderwijs, die alsdan, na gehouden deliberatie, naar bevind
van zaken, het beklaagde zal verbieden of toelaten; zullende ech-
ter bij de gezegde deliberatien in het oog moeten worden gehouden
de noodzakelijkheid om te zorgen, dat er voor de verschillende
vakken van het onderwijs allezins doelmatige boeken ten gebruike
der lagere scholen voorhanden blijven.
In geval het geheele boek enz. niet mögt zijn afgekeurd, zal
evenwel, voor zoo veel eenig lid de op bijzondere plaatsen gemaakte
bedenkingen gegrond mögt vinden, daarop bepaaldelijk acht wor-
den geslagen, te dien ellecte, dat dit bock enz. niet gebruikt
zal mogen worden, dan nadat de daarin voorkomende plaatsen,
■waarop aanmerkingen zijn gevallen, onleesbaar zullen zijn ge-
maakt, en (wanneer de zamenhang van den tekst zulks mögt
vorderen) zullen zijn vervangen door hetgene, onder toestemming
van al de leden, door de provinciale commissie te dien einde
woordelijk aan de onderwijzers zal zijn opgegeven, en zullen, ia
zoodanige gevallen, de leden, die de gemaakte aanmerkingen op
eenige plaats gegrond hebben geacht, gehouden zijn, een opstel
te maken, en aan de verj^adering voor te stellen, van hetgene
ter vervanging van deze p aats zoude kunnen worden opgegeven.
De schoolopzieners en de leden der plaatselijke selioolcommis-
sien, aan welke laatsten de besluiten der provinciale eommissien
te dezen opzigle zullen worden bekend gemaakt door den school-
opziener, die zitting heeft in de plaatselijke schoolcommissie,
zullen er met de meeste zorg voor waken, dat de afgekeurde
boeken enz. van de bedoelde scholen worden geweerd, en dat
van de boeken enz., waarvan eenige plaats of plaatsen zijn af-
gekeurd. geen ander gebruik worde gemaakt, dan overeenkom-
stig hetgene de provinciale commissie daaromtrent zal hebben
bepaald.
Al het vorenstaande is ook toepasselijk op de boeken enz. y
die men als prijzen aan de leerlingen zouden willen uitreiken.
Kon. besl. van 2 Januarij 1842, n®. 61, (St. bl. 1) art. 10.
c). 1°. Bij art. 5 der wet van 21 Augustus 1816 (St. bl. n°. 34)
is bevolen: dat op alle scholen binnen het rijk, zonder
uitzondering, alwaar de reken- of wiskunst geleerd wordt,
grondig onderwijs in het, bij deze wet vastgestelde maten-
en gewigten-stclsel gegeven zal worden.