Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
lijl^ 30
REGLEMENT VOOR HET LAGER SCHOOLWEZEN
lap-ere scholen vroeger gearresteerd, als ook van alle daartoe
Leioorende stukken cn supplementen, eene nieuwe, doch meest
spaarzame uitgave op 's lands drukkerij zal worden vervaardigd,
en deze gratis uitgereikt aan al de schoolonderwijzers der noor-
delijke provinciën van ons koningrijk.
h). De schoolonderwijzers hij de openbare lagere scholen, en bij
de bijzondere lagere scholen van de tweede klasse, zijn gehou-
den, om aan dc geestelijken der onderscheidene godsdienstige
gezindheden in hunne stad of gemeente, op derzelver te dien
einde te doene schriftelijke aanvrage, opgave te doen van alle
boeken, gezangen en schriften, waarvan zij onderwijzers bij het
onderrigt in hunne scholen gebruik maken.
Wanneer een geestelijke eenige bedenking tegen het gebruik
van eenig zoodanig bock enz. mogt hebben, en de onderwijzer
zoude vermeenen zich naar die, aan hem schriftelijk mede te
deelen bedenking niet te moeien schikken, zal de geestelijke
zich te dien opzigte kunnen adresseren bij den schoolopziener
(of bij de plaatselijke schoolcommissie), onder welke de school
ressorteert.
Zoo deze de bedenking gegrond vindt, zal hij (of de plaatse-
lijke schoolcommissie) het verder gebruik van het beklaagde
aanstonds doen schorsen, en vervolgens (de plaatselijke school-
commissie, door tusschenkomst van den schoolopziener, die in
de commissie zitting heeft) de gansche toedragt der zaak aan
de provinciale commissie van onderwijs, in hare eerste vergade-
ring doen kennen.
Indien de provinciale commissie, even als de betrokken school-
opziener (of de plaatselijke schoolcommissie) de bedenking ge-
grond vindt, zal dezelve het gebruik van het beklaagde in al
de scholen harer provincie verbieden.
Indien de provinciale commissie zich met het oordeel van den
schoolopziener (of van de plaatselijke schoolcommissie) niet kan
vereenigen, en alzoo de bedenking, door den geestelijke gemaakt,
voor 'shands niet gegrond acht, zal zij de bedenking aan de
kerkelijke overheid van den betrokken geestelijke voorstellen,
met uitnoodiging om te verklaren, of en in hoe verre die be-
denking in hare godsdienst of derzelver beginselen grond heeft.
De provinciide commissie van onderwijs zal, alzoo nader in-
gelicht, naar bevind van zake, het gebruik van het beklaagde
op al de voormelde lagere scholen in hare provincie verbieden
of toelaten.
Indien de schoolopziener (of de plaatselijke schoolcommissie),
aan welke eenige bedenking door eenen geestelijke wordt inge-
leverd, dezelve niet gegrond acht, zal hij (of de plaatselijke
schoolcommissie) zich bij de kerkelijke overheid van dien gees-
telijke vervoegen, ten einde eene verklaring te vragen, als bo-