Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
REGLEME?<T VOOR HET LAGER SCHOOLWEZEPf.
hunne scholen behouden hebben of weder terug brengen, even-
min toonen te kennen den waren aard en de heilzame strek-
king der bedoelde schoolverbetering, als hunne eigene waarde,
bestemming en hunnen pligi. Jk houd het voorts daarvoor,
dat de kennisneming van dit misbruik te eenen male valt in
. de termen van art. 11 der wet (zie hiervoor p. 8), waartegen
de commissien van onderwijs verpligt zijn te waken, en bare
klagten in te zenden bij het nationaal bestuur. Zie ook het
gestelde onder art. 18 der wet, pag. 13, aanm. b.
Art. n.

Terwijl vastgesteld wordt het nemen van maatregelen
om de schoolkinderen van het onderwijs in het leerstellige
van het kerkgenootschap, waartoe zij behooren, geenszins
verstoken te doen blijven, zal het geven van dit onder-
wijs niet geschieden door den schoolmeester.
a). Aan gedeputeerde staten en aan de plaatselijke besturen wordt
opgedragen, om de meest geschikte maatregelen te nemen, ten
einde aan de kinderen in de scholen opgenomen, behoorlijk ge-
legenheid worde gegeven, om het godsdienstig onderwijs, bij of
van wege de leeraars der gezindheid, waartoe de kinderen be-
hooren, te kunnen ontvangen, mitsgaders om te waken, dat men
zich in die scholen van geen boek bediene, hetwelk iets bevat,
strijdig met de maatschappelijke orde of de zeden, of wel, dat
aan de eene of andere der gezindheden, waartoe de kinderen
behooren, aanstoot zoude kunnen geven.
Kon. besl. van 27 Mei 1830. (st.bl. n°. 9) art. 6.
b). Terwijl het aan de onderwijzers bij de lagere scholen en bij
de rijks-kweekscholen voor onderwijzers ten strengste verboden
blijft, om in dezelve onderwijs te geven in het leerstellige van
eenig kerkgenootschap, of eenige uitlegging te geven of uitdruk-
king te bezigen, waardoor aan eene of andere gezindheid aan-
stoot zou kunnen worden gegeven, zullen voortaan, ter bevorde-
ring van het geven van zoodanig leerstellig godsdienstig onder-
wijs door daartoe bevoegde personen, afzonderlijk cn uitsluitend
aan de kinderen, tot de respectieve kerkelijke genootschappen
behoorende, dagelijks, te hef^innen met het jaar 1842, de loka-
len der openbare scholen gedurende één uur beschikbaar gesteld
moeten worden, en zal men de bepaling van het daartoe te be-
stemmen uur, en van het gebruik daarvan, beurtelings ten be-
hoeve van iedere kerkelijke gezindte, regelen, door tusschen-
komst der schoolopzieners of der leden van de plaatselijke school-
commissie. onder welke de scholen respectievelijk ressorteren, na