Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
lijl^ 23 REGLEMENT VOOR HET LAGER SCHOOLWEZEN
zaamheden naar den eisch der omstandigheden, zoo ech-
ter, dat aan dezelve geheel en al verblijve de zorg over
het onderwijs in gemelde scholen, en over alles, wat daar
toe betrekking heeft.
Art. 12.
De aanstelling der algeraeene plaatselijke schoolcommissie,
(art. 10) en de regeling der meer bijzondere plaatselijke
schoolcornmissien voor de openbare scholen, waar dezelve mo-
gen gevorderd worden, (art. 11), zal moeten geschieden
uiterlijk binnen twee maanden na de afkondiging dezes,
en daarvan onmiddellijk van wege de respectieve gemeente-
besturen kennis worden gegeven aan het respectief depar-
tementaal bestuur, als mede aan de commissie van on-
derwijs; zullende gedurende den tijd, dat zoodanig plaat-
selijk schoolopzigt niet tot stand mögt gebragt zijn, de school-
opziener van het district deszelfs werkzaamheden waar-
nemen.
Art. 18.
Het toezigt over de bijzondere scholen der eerste klasse
(art. 3, n°. 1) is, voor zoo verre er geen gevestigd opzigt
over bestaat, opgedragen aan den schoolopziener van het
district (art. 5), of aan de plaatselijke schoolcommisie
(art. 10), maar blijft, voor zoo verre over dezelve een
gevestigd opzigt aanwezig is, aan hetzelve toevertrouwd;
zoo echter, dat aan den schoolopziener van het district,
of aan de plaatselijke schoolcommissie, daar, waar er eene
aanwezig is, de gelegenheid gegeven worde den staat en
de inrigting dezer scholen te kennen, ten einde daarvan
jaarlijks ter plaatse, waar zulks behoort, het noodige
verslag te kunnen inleveren, zijnde voorts gemelde school-
opziener of plaatselijke schoolcommissie gehouden, het
over deze bijzondere scholen gevestigd opzigt te dienen
van zoodanige bedenkingen en inlichtingen, als tot den
meerderen bloei dier scholen zouden kunnen dienstig
zijn; blijvende gemeld opzigt zelf verantwoordelijk voor
de opvolging der algemeene en bijzondere wetten en ver-
ordeningen, op het lagere schoolwezen en de inrigting en