Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
34 KEGLEMEM VOOR HET LAGER SCHOOLWEZEN. ,
in de departementale (art. 20 der wet) of ook plaatselijke
schoolreglementen, te arresteren in overeenstemming met
de algemeene wetten, zullen worden geregeld.
a). Naar gelang er vacatures zullen ontstaan in de plaatselijke sehool-
commissien,- vermeld in art. 10 van het reglement A, behoo-
rende hij de wet van 3 April 180G, zal de vervulling mede moe-
ten geschieden, zoo veel mogelijk, met inachtneming der gods-
dienstige verhouding van de bevolking der betrokkene stad.
Bij uitbreiding van gemeld art. 10, zal ook zonder inachtne-
ming van het getal of van de soort der reeds bestaande scho-
len, in iedere stad of gemeente, waarvan de bevolking 8000
zielen of daar boven bedraagt; eene plaatselijke schoolcommis-
sie kunnen worden aangesteld, op den voet in gemeld artikel
omschreven.
Kon. besl. van 2 Jan. 1842, n". 61, (St.bl. n". 1) art. 5.
b). Op de dorpen en in de steden, die geen 8000 inwoners tellen,
en het in het artikel vcreischte aantal scholen niet bezitten,
beslaan eommissien van plaatselijk toevoorzigt, die een aan den
schoolopziener ondergeschikt toezigt oefenen.
In de steden, die het vcreischte aantal scholen bezitten of
wier bevolking 8000 zielen of daarboven bedraagt, bestaan
plaatselijke schooleommissien, waarvan de schoolopziener inte-
grerend lid is en die met hem toezigt houden over de scho-
len.
Art. 11.
In de grootere steden of plaatsen, in het voorgaande
art. omschreven, wordt het opzigt over de openbare scho-
len (art. 2) — voor zoo verre die thans nog staan mogen
onder directie van bijzondere collegien van regenten, in-
specteren of dergelijken, en nog niet dadelijk onder het
algemeen plaatselijk schoolopzigt gebragt zijn, of daar-
onder niet geheel kunnen gebragt worden — gecombineerd
geoefend door de plaatselijke schoolcommissie, of wel twee
of meer daartoe benoemde leden uit dezelve, (art. 10) en
door een altijd gelijk getal leden uit de zoo even genoem-
de collegien; makende dezen dan gezamentlijk uit, de
plaatselijke schoolcommissie voor de openbare lagere scholen,
en regelende onderling, onder hel beleid en de goedkeu-
ring van het gemeente-bestuur, hare inrigting en werk-