Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page

lijl^ 18 REGLEMENT VOOR HET LAGER SCHOOLWEZEN
É! in dezulke, wier onderhoud, buiten bijdrage of toelage
uit eenige publieke kas, gevonden wordt uit bij'zondere
Ji ' kassen, fondsen, toelagen of penningen. De eersten hee-
^ i- ten openbare en de laatsten bijzondere scholen; ook wor-
den derzelver onderwijzers onderscheiden in openbare en
„ bijzondere.
ff
a). Bij kon. besl. van 29 December 1815, n°. 71, is de oprig-
ting bevolen van scholen bij de verschillende korpsen der ar-
^ mee. Zie ook het nader kon. besl. van 25 October 1817 en
dat van 25 September 1826, n°. 9.
^^ b). Bij kon. besl. van 10 Mei 1847 werden organieke bepa-
lingen vastgesteld, op lioedanige wijze dc godsdienstige Is-
raëlietisehe scholen en het onderwijs zouden worden ingerigt.
De algemeene instructie voor de commissien, belast met het
toezigt over de nederlandsche israëlietische godsdienstige scho-
len, werd vastgesteld bij dispositie van den conimissaris-gene-
' raai voor de zaken der hervormde kerk, enz. van 27 December
1817, n". 5, 3959 en 1571 o. Zie verder het kon. besl. van
17 October 1827.
Art. 3.
De bijzondere scholen, in het vorig art. vermeld, zijn
van tweederlei klasse.
1°. De zoodanige, die — of bij uitsluiting behooren,
I het zij tot eenige diakonie of eenig godshuis, van
welke gezindte ook, het zij tot de maatschappij tot
nut van 't algemeen, het zij ook tot eenig ander,
geheel op zich zelf staand gesticht, — of ten
eenen male komen ten koste en laste van een of
meerdere bijzondere personen, die zich tot derzel-
ver oprigting en geregeld en toereikend onderhoud
verbonden of onderling vereenigd hebben.
2°. De zoodanigen, die, zonder eenigerhande vasten
onderstand of bezoldiging, haar onderhoud geheel
\ en al vinden uit het provenue van de schoolgel-
den en kostpenningen der af- en aankomende leer-
lingen.
Art.
i
Het lager onderwijs (art. 1 en 13 der wet) binnen de
4
t
ï