Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
•WET VOOR HET LAGER SCHOOLWEZEN.
i
i
scholen zijn verboden, en dat onderwijjers en onderwij-
zeressen zich moeten bepalen bij een stelsel van bestraf-
fing, waarbij alle ligchamelijke kastijding volstrekt uitge-
sloten is.
2°. Dat zij, die durven bestaan, om in weerwil van dit ver-
bod, zoodanige straften aan derzelver leerlingen uit te
oefenen, zijn wederstrevers der schoolwetten, als zooda-
nigcn vallen in de termen van art. 18 der wet van 3
April 1806. en met intrekking van derzelver acte van toe-
lating behooren te worden gestraft, onverminderd de ver-
volging door de regtbanken.
Art. 19.
Deze opschorsing en intrekking der acte van algemeene
toelating zal, op voordragt der commissie van onderwijs
of der plaatselijke schoolcommissie, geschieden door het
daartoe bevoegd gemeente-, departementaal- of nationaal-
bestuur, en waar dit vereischt mogt worden, onder rug-
gespraak met de bijzondere personen of collegien, als tot
zoodanige onderwijzers de naaste betrekking hebben.
Art. 20,
Alle nadere en bijzondere bepalingen omtrent alles wat
het lager schoolwezen en onderwijs in de onderscheiden
departementenen het landschap bijzonderlijk vordert, wor-
den geregeld door een huishoudelijk schoolreglement, door
elke commissie respectievelijk op den voet van art. 3 te
ontwerpen, en aan te bieden aan het departementaal- of land-
schapsbestuur, om door hetzelve, na voorafgaand overleg
met den secretaris van staat voor de binnenlandsche za-
ken, te worden gearresteerd.
a). Ten gevolge van het, in dit artikel bepaalde, werden onmid-
dellijk na de invoering dezer wet, vast gesteld de huishoude-
lijke reglementen voor de verschillende departementen der re-
publiek, die cchtcr van tijd tot tijd, naar gelang der omstan-
digheden, gewijzigd werden.
b). Bij het kon. besl. van 27 Mei 1830, (St.bl. n°. 9), werd in
art. 7 vastgesteld: door de stalen van elke provincie en van het
groot-hertogdom Luxemburg zal in eene hunner eerstkomende
algemeene vergaderingen, een reglement opgesteld of de bestaan-
de herzien w orden, en een of ander voorts aan ons ter goedkeuring