Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
\
WET VOOR HET LAGER SCHOOt\VEZE?(. lä
ter van binnenlandscbe zaken aan de gedeputeerde sloten der
onderscheidene provinciën kenbaar gemaakt, dat Z. M., na den raad
van state te hebben gehoord, bepaald heeft, dat, vermits de vervul-
ling der gemeentelijke schoolonderwijzersplaatsen cene zaak is,
uitsluitend behoorende aan de burgerlijke autoriteit, geene reg-
ten van arabachtsheeren, collatoren, stemgeregtigden, enz. daar-
omtrent kunnen worden erkend en dat derhalve voortaan, de
autorisatie tot aanstelling van zoodanige onderwijzers bepaalde-
lijk behoort Ie worden verstrekt op de plaatselijke besturen; —
doch is bij arrest van den hoogen raad van 11 Junij 1847 het
regt der ambachtsheeren gehandhaafd cn verklaard, dat, hoe
gewigtig men ook de betrekking van schoolonderwijzer op zich
zelve moge aanmerken, die te regt is geoordeeld te behooren on-
der de kleinere gemeentebedieningen.
En het regt van begeving van alle kleinere gemeentebedie-
ningen was aan de beeren der heerlijkheden verbleven, volgens
het souverein besluit van 26 Maart 1814, (St.bl. n°. 46), art,
1 en 2.
Art. 18.
Allen, die, de algemeene toelating tot het geven van
onderwijs verkregen hebbende, zich aan pligtverzuiin, over-
treding of >veerstreving der algemeene wet, of aan blijk-
baar wangedrag schu dig maken, zulten, voor de eerste
maal, met de opschorsing hunner acte van algemeene toe-
lating voor den lijd van zes weken, en, voor de tweede
maal, met de volkomen intrekking dier acten worden ge-
straft, verliezende daarmede gelijktijdig het regt en genot
hunner speciale beroeping, aanstelling of admissie, en zul-
lende, des niettegenstaande voortgaande met het geven
van onderwijs, vervallen in dezelfde boeten en straffen,
als bij art. 14 zijn vastgesteld.
a). Tot het geven van onderwijs zijn onbevoegd allen, tegen welke
een vonnis, hebbende kracht van gewijsde, is uitgesproken, hou-
dende veroordeeling tot eene lijf of onteerende straf, of tot eene
correctioneele straf, wegens eene daad, strijdig met de zeden, of
waardoor de algemeene achting en het vertrouwen verloren gaan.
In geval van twijfel of geschil over de toepassing van dat
beginsel, zal deswege door gedeputeerde staten worden beslist.
Kon. besl. van 27 Mei 1830, (St.hl. n^ 9) art. 11.
b). De provinciale commissie van onderwijs in de provincie Gelder-
land verklaarde in hare circulaire van 13 November 1825:
1°. Dat alle ligchaamsstraffen, van welke soort ook, op de