Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
WET VOOR HET LAGER SCHOOLWEZEiV. 11
Bij circulaire van den procurcur-fjcneraal bij het hoog Ge-
regtshof van 29 Maart 1834 is verklaard, dat de verschillende
slralbepalingen, vervat in art. 14 der wet van den 3 April 1806,
moeten beschouwd worden als nog te zijn in volle kracht, en
bij overtredingen op het lager schoolwezen behooren te worden
toegepast.
Art. IS.
Van de bepalingen, in het 13de artikel gemaakt, zijn
uitgezonderd al de thans wettig fungerende onderwijzers,
zoo lang zij niet van school of plaats veranderen, onder
reserve nogtans van nadere voorziening, in geval van
blijkbaar wangedrag of verregaande onkunde.
Art. 16.
De algemeene toelating tot het geven van eenig lager on-
derwijs kan alleen verkregen worden door het afleggen van
een behoorlijk examen voor daartoe bevoegde collegien of
personen.
Art. 17.
De speciale beroepingen, aanstellingen en admissien ge-
schieden door daartoe bevoegde personen of collegien, in
dier voege, als nader bij het huishoudelijk reglement, (art.
20 vermeld) zal worden bepaald, zoo echter, dat geene
beroeping, aanstelling of admissie zal mogen geschieden,
buiten behoorlijke voorkennis en medeweten van, en voor-
afgaande vertooning der bewijzen van algemeene toelating
aan den schoolopziener van "het district of de plaatselijke
schoolcommissie.
1. De speciale beroepingen, aanstellingen en admissien geschieden
na verleende autorisatie, het zij van de gedeputeerde staten
der provincie, het zij van den minister van binnenlandsche za-
ken.
De tusschenkomst van den minister van binnenlandsche za-
ken wordt vereischt:
a). Tot het verleenen van dispensatie van het vergelijkend
examen;
b). Tot de aanstelling van onderwijzers in 's rijks lagere