Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
10 •WET VOOR HET LAGER SCHOOLWEZEN.
Art. 13.
Niemand zal binnen de Bataafsche Republiek eenig lagor
onderwijs geven, dan die de vier navolgende vereischten
bezit:
Vooreerst: Dat hij zijn goed burgerlijk, en zedelijk gedrag
door één of meer voldoende getuigschriften kunne be-
wijzen.
Ten Tiveede: Dat hij de algemeene toelating tot het ge-
ven van onderwijs erlangd hebbe.
Ten Derde: Dat hij na en boven deze algemeene toe-
lating, eene speciale beroeping, aanstelling of admissie tot
deze of gene school, of voor deze of gene plaats vvettig-
lijk verkregen hebbe.
Ten vierde: Dat hij zich, na het verkrijgen eener spe-
ciale beroeping, aanstelling of admissie, met de bewijs-
stukken, daartoe betrekkelijk, bij den schoolopziener van
het district, of de plaatselijke schoolcommissie in persoon
of schriftelijk vervoegd hebbe.
Zijnde hieronder niet begrepen de onderwijzers, welke
in particuliere huizen inwonen, en aan kinderen, tot dat
huis behoorende, onderwijs geven.
Art. 14.
Die genen, welke zich, na het in werking brengen de-
zer wet, zouden mogen verstouten, om, tegen het in de
beide voorgaande artikelen vastgestelde aan, eene lagere
school op te rigten of lager onderwijs te geven, onder wel-
ken naam of op welke wijze ook, zullen voor de eerste
maal verbeuren de somma van vijftig gulden, voor de twee-
de honderd gulden, te bekeeren een derde gedeelte aan
den officier, hiertoe competent, die de calange zal doen,
en twee derde gedeelten ten profijte van het plaatselijk
schoolwezen, met vrijlating aan den regter, om, in ge-
valle zij onvermogend zouden mogen zijn, om gemelde boe-
ten te voldoen, aan de overtreders zoodanige andere ar-
bitraire correctie te infligeren, als naar aanleiding van
hunne personen en omstandigheden bevonden zal worden
te behooren, en voor de derde maal hun de inwoning
binnen de plaats worden ontzegd voor den tijd van zes
jaren.