Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
9 •WET VOOR HET LAGER SCHOOLWEZEN.
heelc rijk verleend worden, in de steden door de sledelijke be-
sturen, en ten platten lande door de plaatselijke besturen, on-
der goedkeuring van gedeputeerde slaten der provincie, alles
nadat de noodige inlichtingen zullen zijn ingewonnen, omtrent
het doel, den aard en de inrïgting der op te rigten scholen.
De autorisatie zal op gelijke wijze verleend worden tot het op-
rigten van scholen en verdere instellingen voor het middelbaar
01 hooger onderwijs, en tot het houden van openbare voorle-
zingen, voor zoo verre deze verschillende instellingen buiten
medewerking of bezwaar van eenig openbaar bestuur zullen
bestaan.
2. Al de scholen, tot welke dit artikel betrekkelijk is, zullen voort-
aan, zonder tusschenkomst van het departement van binnen-
landsche zaken, kunnen opgerigt worden. In de steden zal de
vergunning, gegeven door het plaatselijk bestuur, volstaan. In
de landelijke gemeenten zal die vergunning daarenboven de
goedkeuring van gedeputeerde staten der provincie bekomen.
Het is van belang hier op te merken, dat, overeenkomstig de
bestaande wetten en reglementen, dc vrijheid om eene school
te openen, of eene instelling van onderwijs op te rigten, ver-
schillend is van die, om onderwijs te geven; het is alleen van
de eerste waarvan gesproken wordt in het onderhavige artikel.
Circulaire van het departement van binnenlandsche zaken
van 5 Julij 1830, A.
3. Bij uitbreiding, in zooverre, van art. i van het kon. besl. van
27 Mei 1830, (St.bl. n°. 9), zal, wanneer iemand zich, het zij
aan een stedelijk, het zij aan een gemeente-bestuur mogt heb-
ben geadresseerd ter verkrijging van vergunning lot oprigting
eener lagere school, en dit verzoek niet mogt zijn ingewi ligd,
de adressant zich kunnen wenden tot de gedeputeerde staten
der provincie, welke alsdan, na het betrokken bestuur te heb-
ben gelioord, naar bevind van zaken, de weigering zal kunnen
handhaven, of wel de oprigting der school zal kunnen inwilli-
gcn.
Kon. besl. van 2 Januarij 1842. n°, 61, (St.bl. n°. 1), art.
6. Zie ook art. 17 hierachter, pag. 11 enz. in de aanmerkingen.
4. Bij kon. besl. van 25 Mei 1847, (St.bl. n°. 22), is verklaard:
de woorden stedelijke besturen en plaatselijke besturen moeten
verstaan worden, voor zoo veel de openbare scholen betreft, de
stedelijke of gemeenteraden, en voor zoo veel de bijzondere scho-
len aangaat, de collegien van burgemeester en wethouders of
assessoren.