Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
7 •WET VOOR HET LAGER SCHOOLWEZEN.
die deze nominatie aan den raadpensionaris voordraagt,
om daaruit éénen schoolopziener te verkiezen.
a). Bij het openvallen eener schoolopzienersplaats, zal de provinci-
ale commissie van onderwijs eene voordragt inleveren bij de ge-
deputeerde staten, welke dezelve, voorzien van hunne conside-
ratien, en, zulks verkiezende, met twee personen vermeerderd,
aan het departement van binneniandsche jaken zullen opzen-
den, ten einde de benoeming vervolgens, op de gewone wijze,
plaats hebbe.
Kon. besl. van 27 Mei 1830, (St.bl. n°. 9) art. 3.
b). Tot handhaving der gelijkheid van allen voor de wet, en ter
voorkoming, dat niet aan het lager onderwijs eenige uitsluitende
0? eenzijdige rigting worde gegeven, zal voortaan, bij het doen
van voordraglen ter vervulling der openvallende schoolopzieners-
plaatsen, overeenkomstig art. 10 der wet voor het lager school-
•wezen en onderwijs, van 3 April 1806, in het oog moeten wor-
den gehouden, dat de zamenstelling der provinciale commissien
van onderwijs, wat aangaat de verschillende godsdienstige ge-
zindten van hare leden, zoo veel mogelijk in evenredigheid ko-
me met de onderlinge godsdienstige verhouding van de bevol-
king in iedere provincie.
Onze minister van binneniandsche zaken zal onverwijld on-
derzoeken, in hoe verre er, het zij behoefte, het zij aanleiding
bestaat, om door splitsing der schooldistricten de daarstelling
dier evenredigheid te bespoedigen; hij zal ons vervolgens des-
wege verslag doen, en zoodanige maatregelen voorstellen, als
waartoe dat onderzoek aanleiding zal hebben gegeven.
Wij behouden ons voor, in afwachting dat de bedoelde even-
redigheid zal zijn daargesteld, ter tijdelijke tegemoetkoming, bij
de provinciale commissien van onderwijs te benoemen honoraire
leden, welke aan de algemeene vergaderingen dier commissien
deel zullen nemen, over de aldaar voorkomende zaken mede
zullen raadplegen, eene concluderende stem zullen hebben, en,
ofschoon niet tredende in de gewone functien der schoolopzie-
ners, zoo als dezelve aan deze bij hunne instructie zijn voor-
geschreven, echter het regt zullen bezitten om al de lagere
scholen in de provincie te bezoeken, en omtrent die scholen in
de vergaderingen voorstellen te doen.
Wanneer ons, uit een daaromtrent door onzen minister van
binneniandsche zaken uit te brengen rapport, zal zijn gebleken,