Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
17 •WET VOOR HET LAGER SCHOOLWEZEN.
ge leden benoemd worden, namelijk één voor elke der com-
missien van onderwijs, aldaar gevestigd.
u
Bij kon. besl. van 13 Maart 1821 n°. 85, was bepaald, dat
de commissien van onderwijs voortaan, en wel aan te vangen
mei derzelver eerstvolgende voorjaarsvergadering, zullen worden
gepresideerd door de gouverneurs der provinciën, tot welke zij
respectievelijk behooren, in dier voege, dat al hare volgende ver-
gaderingen, zoo gewone als buitengewone, door de gouverneurs
zullen worden bestuurd, onder den titel van president; doch
hij art. 1 van het kon. besl. van 2 Januarij 1842,j n". 61 (St.
hl. n°. 1) is dit in dezer voege gewijzigd:
De beraoeijcnissen bij kon. besl. van 13 Maart 1821, n°. 85,
en bij art. 2 van het kon. besl. van 27 Mei 1830 (St.bl. n°.
9), opgedragen aan de gouverneurs, worden overgedragen op de
gedeputeerde staten der respectieve provinciën, met dien ver-
stande echter, dat het aan de gedeputeerde staten (ook in ver-
band met het bepaalde bij art. 5 der wet van 3 April 1806)
zal vrijstaan, een lid uit hun midden te benoemen, ter waarne-
ming van het voorzitterschap der provinciale commissien van
onderwijs.
Art. 6.
De raadpensionaris bepaalt de globale som, welke aan
de gezamentlijke leden van elke commissie zal worden toe-
gelegd, en doet dezelve, benevens alle andere uitschotten
en onkosten, door de onderscheidene schoolopzieners in
hunne qualiteit op last van den secretaris van staat voor
de binnenlandsche zaken geimpendeerd, betalen uit den daar-
toe bestemden post op de begrooting der staatsbehoeften.
Bij art. 4 van het besluit van den 4 Maart 1815, n°. 87
zijn dc globale sommen voor de provinciale commissien be-
paald.
Art. 7.
De bepalingen van het aantal der leden van elke com-
missie, als ook de districtsverdeeling en distributie der
globale sommen onder dezelve, zullen door den raadpen-
sionaris geschieden, en naar eisch van veranderde om-
standigheden kunnen herzien en veranderd worden.