Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
T
3 •WET VOOR HET LAGER SCHOOLWEZEN.
f). De correspondentie van en met het hoofdbestuur van het on-
derwijs enz. wordt verzonden met den stempel, of aan het adres
van het departement van binneniandsche zaken.
De inspecteur der latijnsche scholen, enz. correspondeert port-
vrij met de gouverneurs der provinciën, de plaatselijke bestu-
ren, de leden en secretarissen der provinciale commissien van
onderwijs, de plaatselijke schoolcommissien, mitsgaders de on-
derwijzers en onderwijzeressen.
Gelijke vrijdom is toegestaan aan de correspondentie van de
provinciale commissien van onderwijs, de individueele leden dier
commissie en derzelver secretaris met hunne medeleden, zitting
hebbende in dezelfde provinciale commissie onderling; voorts
met de plaatselijke besturen en met de plaatselijke schoolcom-
missien of commissien van schooltoevoorzigt; alles nogtans be-
perkt binnen den omtrek van het district, of van het ressort,
waarin die beambten of leden van commissien respectievelijk
werkzaam zijn en niet daar buiten.
De provinciale commissien van onderwijs en de individueele le-
den dier commissien corresponderen portvrij met het departe-
ment van binneniandsche zaken en met den gouverneur hunner
eigene provincie.
Art.
De departementale beslurén zorgen, dat alomme, zoo
veel mogelijk, binnen hun departement gelegenheid voor-
handen zij, om der jeu^d behoorlijk onderwijs te doen
erlangen; maar dat echter door eene onbepaalde toelating
van scholen of onderwijzers, vooral ten platten lande, der-
zelver aantal niet te zeer vermeerdere.
De provinciale staten en plaatselijke besturen zullen de meest
geschikte middelen aanwenden of voorstellen, ten einde er al-
om gelegenheid voorhanden zij, om aan de jeugd van alle stan-
den der maatschappij een behoorlijk lager onderwijs te doen
erlangen, bij bekwame onderwijzers, en in ruime en wel ingerigte
scholen.
Kon. besl. van 27 Mei 1830 (St.bl. n°. 9), art. 4«.
Art. 3.
Wijders trachten zij, benevens de respectieve gemeen-
te-besturen, naar de middelen in hunne handen gesteld,