Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
136 AAWHAWGSEL.
dat einde af te geven na een examen, hetwelk in het openbaar zal
worden gebonden. Deze bewijzen znllen van kracht zijn in al de
gemeenten der provincie, waar zij zijn afgegeven.
Art. 7. Tot het geven van onderwijs zijn onbevoegd:
1°. Allen, legen wie een vonnis, houdende veroordeeling tot eene
lijf- of onU'crende straf, hebbende kracht van gewijsde, is
uitgesproken.
2°. Allen, tegen wie een soortgelijk vonnis, houdende veroor-
deeling tot correctionecle stralïcn, is uitgesproken, ten zij ge-
deputeerde staten, uit hooide van den aard van het misdrijf,
het niet noodzakelijk achten de uilsluiting te handhaven.
Art. 8. Alvorens zijn beroep te aanvaarden, zal de onderwijzer,
in handen van den burgemeester afleggen den volgenden eed, welke
door hem en den bnrgemcester in duplo zal worden onderteekend;
zullende het eene exemplaar ter secretarij van de gemeente worden
nedergelcgd, en het andere opgezonden aan den procureur des ko-
nings van het arrondissement.
cc Ik zweer getrouwheid aan den koning en gehoorzaamheid
cc aan de grondwet en aan de wetten op het openbaar onder-
cc wijs, van niets te onderwijzen of te laten onderwijzen, het-
ccwelk met dc grondwet, de wetten van het rijk. de openbare
cc orde en rust, en de goede zeden strijdig zoude zijn."
Art. 9. Alle instellingen van openhaar onderwijs, zonder uitzon-
dering, zullen aan het toezigt van de openbare autoriteiten onder-
worpen, en diensvolgens steeds toegankelijk moeten zijn voor de
personen, die van wege het plaatselijk, provinciaal of algemeen be-
stuur bevoegd zijn, om den staat derzelve op te nemen. De onder-
wijzers, en allen, die in dezelve instellingen eenig beheer of toezigt
hehhen, zijn gehouden om aan de boven gemelde personen alle in-
lichtingen te geven, zoo mondclijk als schriftelijk, welke dezelve
vorderen.
Art. 10. Geene vreemdelingen zullen scholen mogen oprigten,
ot aan de huizen mogen gaan om onderwijs te geven, zonder vooraf
onze speciale toestemming te hebben verkregen.
Dc scholen van hen, die reeds toegelaten zijn, blijven behouden,
en die. welke aan de huizen thans onderwijs geven, kunnen daar-
mede voortgaan.
Art. 11. leder, die dc noodige kundigheden zal hebben opgedaan,
zonder onderscheid, waarbof hoe hij die verkregen zal hebben, zal
toegelaten worden tot bet afleggen der examens en het verkrijgen
der getuigenissen of graden, welke tot het waarnemen van sommige
ambten of beroepen vereischt worden.
Art. 12, Zij, die onderwijs mogten geven, zonder daartoe volgens
de bepalingen der tegenwoordige wet bevoegd te zijn, zullen, behalve
dat de school onmiddellijk door het gemeentebestuur zal worden ge-
sloten, gestraft worden met eene boete van 50 tot 100 gulden, cn
in geval van herhaling, van 100 tot 300 gulden.