Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
IS^* AANHANGSEL.
AVij vertrouwen, dat het bijgaande ontwerp aan die bedoelingen
beantwoordt.
En hiermede E. M. H., bevelen wij u in Godes heilige bescher-
ming.
^s Gravenhage, enz.
avij WIIXEM, enz.
Alzoo wij in overweging genomen hebben, dat het van belang is
den voet te bepalen, op welken het geven van onderwijs zal worden
geregeld, wel voornamelijk met opzigt tot die instellingen, welke
geenen onderstand uit eenige openbare kas genieten.
Zoo is het, dat wij, den raad van state gehoord, cn met gemeen
overleg der staten generaal
Hebben goed gevonden en verstaan, gelijk Wij goed vinden en
verslaan bij deze:
Art 1. Het onderwijs is huiselijk of openhaar.
Art. 2. Het huiselijk onderwijs, gegeven wordende onder toe-
zigt van ouders of voogden, aan leden van één en hetzelfde buisge-
zin, is aan geenerlei voorwaarden gebonden.
Art. 3. Het openhaar onderwijs wordt gegeven:
1°. In instellingen, welke door de zorg van het algemeen be-
stuur of van provinciale of plaatselijke besturen zijn opgerigl,
of door dezelve, het zij geheel, het zij gedeeltelijk, onder-
houden w orden ;
2°. In instellingen, welke, door bijzondere personen opgerigt,
door hen buiten bezwaar van eene openbare kas onderhouden
worden;
3®. Door personen, hun beroep makende van het geven van on-
derwijs aan leden van onderscheidene huisp,ezinnen.
Art. 4. Het onderwijs in eerst genoemde instellingen wordt door
ons geregeld.
Art. 5. Het is eiken nederlander geoorloofd het lager, middel-
baar of booger onderwijs te geven op de wijze, aangewezen onder
n°. 2 en 3 van art. 3, mits voldoende aan de volgende voorwaarden.
Hij zal van zijn voornemen aan het gemeentebestuur schriftelijk
kennis geven, met overlegging
1°. Van het programma van hetgene, waarin hij zich voorstelt
onderwijs te geven of te doen geven.
2°. Van een bewijs van bekwaamheid, hetwelk zal bestaan:
a. Voor het lager onderwijs, waardoor verslaan wordt het on-
derwijs aan kinderen beneden de twaalf jaren, in lezen,
schrijven, rekenen en de eerste beginselen van spraakkunst,
geschiedenis en aardrijkskunde, — in eene verklaring, af te
geven door de commissie in art. 6 vermeld, dat hij de ver-
eischle kundigheid bezit in die wetenschappen, waarin hij
verlangd heeft geëxamineerd tc worden.