Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AAINHAÏNGSEL.
11. De liuisonderwijzers en Iiuisonderwijzeressen, bedoeld bij art.
8 der voorloopige instructie yoor de districts-schoolopziencrs en com-
missien van onderwijs, vastgesteld krachtens kon. besl. van 16 Maart
1821, n®, 87, zullen in hunne eigene huizen, of in de huizen van
anderen, aan niet meer dan hoogstens vijf leerlingen te gelijker lijd
onderrigt mogen geven in zoodanig gedeelte van het lager onderwijs,
bij art. 5 der voorloopige instructie omschreven, als waarvoor zij de
algemeene en speciale toelating verkregen hebben, ten ware even-
wel, dat zich in één huisgezin een grooter aantal kinderen, mits tot
hetzelve behoorende, mogt bevinden.
12. De stedelijke cn plaatselijke besturen in het hertogdom Xtm-
hurg^met uitzondering van Maastricht en St. Pieter. zvxWen. binnen
den tijd van veertien dagen, nadat zij van dit besluit mededeeling
zullen hebben ontvangen, vergezeld van derzelver consideralien en
advies, aan gedeputeerde staten van het hertogdom opgave doen van
al de, op dat oogenblik, in hunne stad of gemeente beslaande in-
rigtingen van lager onderwijs en van het hij dat onderwijs werkzame
personeel.
Die opgaven zullen veryolgens worden gesteld in handen van de
distriets-schoolopzieners, ieder voor zoo veel hem betreft, ten einde,
des noods na opzettelijk onderzoek ter plaatse, en wat de platte-
landsche gemeenten aanbelangt, na overleg met dc distrlcts-commis-
sarisscn. onder terugzending dier opgaven, binnen den tijd van drie
weken, hun gevoelen aan gedeputeerde stalen te doen kennen, zoo
omtrent dc erkenning der bewuste scholen, als die van het daarbij
aanwezige personeel.
Geene bedenkingen daar tegen hebbende, zullen gedeputeerde sta-
ten binnen eene maand daarna de betrokkene stedelijke en plaatse-
lijke besturen magligen om aan de personen, welke op den dag van
de uitgave van dit besluit reeds in functie zullen zijn bij op dal tijd-
stip bekende inrigtingen van lager onderwijs, eene verklaring Ie ver-
strekken, dat zij, uit kracht van deze onze transitoire beschikking,
bevoegd zijn om het lager onderwijs, aan die inrigting, waaraan zij
thans zijn verbonden, in hunne tegenwoordige betrekking, yoort te
zetten.
Alles met dien verstande, dat, in geval de stedelijke of plaatselijke
besturen, of de gedeputeerde staten van het hertogdom, vermeenen
mogten, dat len opzigte van eenige inrigting van lager onderwijs, of
van eenig bij dat onderwijs werkzaam personeel, de bedoelde verkla-
ring niet behoort Ie wordeu verleend, de daaromtrent bestaande be-
denkingen, door tusschenkomst van onzen minister van hinnenland-
sche zaken, aan onze beslissing zullen worden onderworpen.
13. Bij wijziging in zoo verre, van art. 61 der voorloopige instruc-
tie voor dc dislricts-schoolopzieners en commissien van onderwijs, vast
|)csteld krachtens kon. besl. van 16 Maart 1821, n°. 87, zullen de
drie gewone jaarlijksche vergaderingen der provinciale commissie van
onderwijs in het hertogdom Limburg voortaan kunnen gehouden wor-