Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISO AAHHAINGSEL.
de bijzondere scholen, bedoeld bij bet tweede lid van art. 7 der voor-
loopige instructie voor de dislricts-schoolopzieners en commissien van
onderwijs, vast gesteld krachtens kon. besl. van 16 Maart 1821. n°.
87, zijn gehouden, om aan de geestelijken der onderscheidene gods-
dienstige gezindten in hunne stad of gemeente, op derzelver te dien
einde te doene schriftelijke aanvragen, opgave te doen van alle boe-
ken, gezangen cn schriften, waarvan zij, onderwijzers, in hunne scho-
len gebruik maken.
AVannecr een geestelijke eenige bedenking tegen het gebruik van
eenig zoodanig boek enz. mogt hebben, en de onderwijzer zoude ver-
meenen zich naar die aan hem schriftelijk mede te deelen beden-
king niet te moeten schikken, zal de geestelijke zich te dien opzigte
kunnen adresseren bij den schoolopziener (of de plaatselijke school-
commissie) onder welke de school ressorteert.
Zoo deze dc bedenking gegrond vindt, zal hij (of de plaatselijke
schoolcommissie) het verder gebruik van het beklaagde aanstonds doen
schorsen, en vervolgens (de plaatselijke schoolcommissie door tusschen-
komst van den schoolopziener, die in de commissie zitting heeft) de
gansche toedragt der zaak aan de provinciale commissie van onder-
wijs in hare eerste vergadering doen kennen.
Indien de provinciale commissie, even als de betrokken schoolop-
ziener (of de plaatselijke schoolcommissie), de bedenking gegrond vindt,
zal dezelve het gebruik van het beklaagde in al de scholen van het
hertogdom verbieden.
Indien de provinciale commissie zich met het oordeel van den school-
opziener (of dc plaatselijke schoolcommissie) niet kan vercenigen, en
a zoo de bedenking, door den geestelijke gemaakt, voor *s hands niet
gegrond acht, zal zij de bedenking aan de kerkelijke overheid van
den betrokken geestelijke voorstellen, met uitnoodiging om te ver-
klaren, of cn in hoeverre die bedenking in hare godsdienst of der-
zelver beginselen grond heeft.
Dc proyinciale commissie yan onderwijs zal, alzoo nader ingelicht,
naar bevind yan zaken, het gebruik van het beklaagde op al de
voormelde lagere scholen verbieden of toelaten.
Indien nu de schoolopziener (of de plaatselijke schoolcommissie),
aan welke eenige bedenking door eenen geestehjke wordt ingeleverd,
dezelve niet gegrond acht, zal hij, (of de plaatselijke schoolcommis-
sie) zich bij de keikelijke overheid van dien geestelijke vervoegen,
len einde eene verklaring te vragen, als boven is omschreven.
Achlervolgens die verklaring, zal de schoolopziener (of de plaatse-
lijke schoolcommissie) het gebruik schorsen of toelaten,
In geval van schorsing, zal de schoolopziener (of de plaatselijke
schoolcommissie, door tusschenkomst van den schoolopziener) van deze,
gelijk van de gansche toedragt der zaak, met overlegging der stuk-
ken in voege yoorschreven, in de eerstkomende vergadering kennis
geven aan dc provinciale commissie van onderwijs, die als dan, nage-
houden deliberatie, naar bevind van zaken, het beklaagde zal ver-