Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
128 AANHAKGSEI-,
2. Tot hnndhavlng der gelijkheid van allen voor 's lands weiten,
en ter voorkoming, dat niet aan het lager onderwijs eenige uitslui-
tende of eenzijdige rigting worde gegeven. z;il voortaan bij het doen
van voordrag!en ter vervulling van open vallende sehoolopzieners-plaat-
sen (art. 3 van het kon. besl. van 27 Mei 1830 (st. bl. n°. 9) in
het oog moeten worden gehouden, dat de zamenstelling der provin-
ciale commissie van onderwijs, wat aangaat de verschillende gods-
dienstige gezindten van hare leden, zoo \eel mogelijk in evenre-
digheid zij met de onderlinge godsdienstige verhouding der bevolkmg
van het hertogdom.
3. De benoeming van schoolopzieners zal voortaan slechts geschie-
den voor een tijdvak van 6 jaren, zullende de aftredende schoolop-
zieners echter telken reize weder benoembaar zijn.
4. In de kleinere sleden en gemeenten van bet hertogdom, waar
boven eene openbare school, geen twee of meer bijzondere scholen
(vrouwenscholen niet p;erekend) gevonden worden, zal door de zorg
van den schoolopziener van het district, met overleg cn onder dade-
lijke aanstelling van het gemeentebestuur, een uit eenige bij hem
bekende en vertrouwde personenbcslaand plaatselijk en aan hem onder-
schikt toevoorzigt over de school of scholen, benevens alle onderwijzers
van beiderlei kunne, lot de gemeente behoorende, worden daargesteld.
Het lid, of de leden, van het bedoelde toevoorzigt zullen gekozen
worden, zoo veel mogelijk, met inachtneming van de godsdienstige
verhouding der bevolking van de betrokkene kleine slad of gemeente.
5. § a. In dc groolere steden en gemeenten van het hertogdom,
waar, boven eene of meer openbare Scholen^ twea of meer bijzondere
scholen (vrouwenscholen niet gerekend) bestaan, of waar de bevol-
king 8000 zielen of daarboven bedraagt, zal, met overleg van den
districts schoolopziener, door het stedelijk of gemeenlelijk bestuur wor-
den aangesteld een plaatselijk opzigt over de lagere scholen en het
onderwijs, beslaande, naar den aard der omstandigheden cn de gele-
genheid der stad of gemeente, uit eenige personen, onder welke de
stad of gemeente zoodanig in wijken of scholen verdeeld zal worden,
dat ieder lid zijne bijzondere wijk of scholen hebbe, waarover het
opzigt aan hem persoonlijk is aanbevolen, alle welke personen geza-
menllijk en gecombineerd met den schoolopziener van het district uit-
maken de plaatselijke schoolcommissie.
§ 6. Als iiileyrerend lid van elke schoolcommissie, binnen zijn
district gevestigd, draagt de schoolopziener kennis van, en woont hij
zoo veel mogelijk bij , elke van derzelver vergaderingen, terwijl hij
den toegang heeft tot alle scholen, onder die plaatselijke schoolcom-
missie ressorterende; doch zal hij niet bevoegd zijn, om als schoolop-
ziener in deze vergadering voor te zitten, of om. nevens dc overige
leden, het bijzonder opzigt over eenige wijk of scholen dïer stad of
gemeente te aanvaarden; zijnde aan de overige leden der plaatselijke
schoolcommissie, ten aanzien hunner stad of geniecnlt', dezelfde zorg
en bijzonder opzigt over bel lager onderwijs, ieder in zijne wijk, of