Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
2 •WET VOOR HET LAGER SCHOOLWEZEN.
d). De minister voor het publiek onderwijs enz. heeft bij resolu-
tie van 21 Februarij 1822, n°. 3 bepaald, dat de provinciale
commissien van onderwijs zoo voor zich, als voor hare leden
individueel^ zich in allen deele, en bepaaldelijk ten aanzien
van algemeene schoolbelangen, waarvoor dus verre geene al-
gemeene voorschriften beslaan, steeds stiptelijk te houden heb-
ben aan de voorschriften der wet van 3 April 1806, en aan
den daarbij aan dezelve opgedragen last en de gcgevene instruc-
tien, en zullen toezien, dat zulks almede van de zijde der plaat-
selijke schoolcommissien worde in acht genomen, wordende
zij mitsdien speciaallijk herinnerd, om omtrent zoodanige al-
gemeene schoolbelangen, of welke zij als dusdanige mogen
aanmerken, derzelver voorstellen te doen volgens den regel,
daaromtrent voorgeschreven bij art. 25 en 29 van de instructie
der schoolopzieners; alsmede om zich buiten dien, alleen en zon-
der eenige afwijking, bezig te houdenj, met hetgene behoort
tot de uitvoering en nakoming der algemeene en bijzondere re-
glementen, verordeningen en instructien, ter zake van het la-
ger schoolwezen en onderwijs aanwezig of nader vast te stellen,
en naar behooren tot derzelver kennis gebragt.
e). Bij kon. besl. van 8 Augustus 1832, n°. 12, art. 1 is bepaald,
dat van 1 Januarij 1833 de post van hoofdinspecteur van het
middelbaar en lager onderwijs is opgeheven, en vereenigd met
dien van inspecteur der latijnsche scholen, onder den titel van
inspecteur der latijnsche scholen en van het middelbaar en la-
ger onderwijs; en heeft de minister van binneniandsche zaken
bij eene circulaire van 19 November 1832, n®. 283, 5 afd. voor-
geschreven, dat de berigten der schoolopzieners vroeger aan den
hoofdinspecteur gerigt, regtstreeks aan het departement van
Z. £xc. zullen moeten worden ingezonden, waarbij van het adres,
aan den voet dezes vermeld, zal worden gebruik gemaakt. Voor
zoo verre daaronder schoolberigten zullen zijn, bestemd voor de
JSieuwe hijdrageäi ter hevordering van het onderwijs en de op'
voeding enz.^ zal zulks op het adres worden aangeduid, door
het woord schoolberigten^ en zullen die berigten omstreeks de
helft der maand moeten inkomen, om in het eerstvolgend nora-
mer te worden opgenomen.
Adres:
Aan het Ministerie van Binneniandsche Zaken.
Voor den Inspecteur
der Latijnsche Scho- te
len^ enz,
'sGravenhage.