Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHANGSEL, 127
uit kracht van art. 2 yan even gemeld kon. besl., door den minis-
ter voor het publiek ouderwijs, de nationale nijverheid en de kolo-
niën vast gesteld bij dispositie yan den 20 Mei 1821, n®. 11;
c. het kon. besl. van den 25 Julij 1822 (st. bl. n°. 19), houdende
strafbepalingen tegen hen, die zonder bevoegdheid lager onderwijs ge-
ven in zoodanige provinciën, waar nog geene voorzieningen daarom-
trent waren vastgesteld;
d. het kon. besl. *an den 1 Februarij 1824 (st. bl. n^ 20), waarbij
de bepalingen van even gemeld besluit toepasselijk zijn gemaakt op
alle, het zij wereldlijke, het zij geestelijke vereenigingen, welke zich aan
het geven van onderwijs toewijden;
e. het kon. besl. van den 27 Mei 1830 (st.bl. n°. 9), houdende
wijzigingen in de bestaande bepalingen omtrent het onderwijs;
/. het kon. besl. van den 17 Julij 1830. n®. 138, waarbij de
onderwijzers van den derden rang hij voortduring bevoegd worden
verklaard om in alle provinciën mede te dingen;
g. het kon. besl. van den 13 Augustus 1831 (st.bl. n°. 26), be-
trelïende het regt verstand van art. 1 en 2 van het besluit van den
27 Mei 1830 (st. bl. n°. 9);
h. art. 2, § A yan het kon. besl. van den 8 Augustus 1822 (st. bl.
91), houdende, dat geene vreemdelingen door eenig bestuur of
eenige autoriteit mogen worden benoemd tot schoolonderwijzer, dan
na alvorens dc goedkeuring van het gouvernement op zoodanige be-
noeming zij gevraagd en bekomen;
Willende deze verordeningen voor het hertogdom Limburg nader
in verhand brengen met de wijzigingen, welke sedert het jaar 1830
in de verordeningen op het lager onderwijs voor de overige provin-
ciën zijn daargesteld;
Gelet op ons besluit van heden, n®. 37, houdende de verdeeling
van het hertogdom Limburg in acht schooldistricten en benoeming
van schoolopzieners yoor elk dier districten;
Den raad yan state gehoord (advies van den 30 Junij 1843, n°. 4);
Hebben goed gevonden cn verstaan, bij uitbreiding der tot hiertoe
bestaande verordeningen op het lager onderwijs voor het hertogdom
Limburgs en meer bijzonder van de hierboven onder litt, a tot en
met h opgenoemde, met instandhouding overigens van het kon. besl.
van den 18 Maart 1826. n°. 141, de rijks lagere scholen betreffende,
te bepalen:
1. De bemoeijenissen, bij de voorloopige instructie voor de districts-
schoolopzieners en eommissien van onderwijs vast gesteld, krachtens
kon. besl. van 16 Maart 1821, n°. 87, en bij art. 2 van het kon.
besl. van 27 Mei 1830 (st. bl. n°. 9) opgedragen aan de gouverneurs,
worden overgedragen op de gedeputeerde slatcn, met dien verstande
echter, dat het aan de gedeputeerde staten zal vrij staan, een lid uit
hun midden te benoemen, ter waarneming van het voorzitterschap
der provinciale commissie van onderwijs, en welk lid alsdan tevens
meer bijzonder met bet toevoorzigt over het schoolwezen zal kunnen
belast zijn.