Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHAISGSEL. 125
De geest van het hesluit is dan ook deze, dat de bestaande wet-
lelijke bepalingen omtrent het openbaar lager onderwijs gehandhaafd
wordende, hetzelve zal blijven een belang van louter burgerlijk maat-
schappelijken aard, buiten invloed van het leerstellige van eenig
kerkgenootschap, en waarbij alle uitsluitende of eenzijdige rigtinff
moet worden vermeden, zoo dat de met hetzelve in verhand staande
betrekkingen door ieder nederlander, zonder onderscheid van gods-
dienst, kunnen worden bekleed; doch dat men hun, die bezorgdheid
hebben wegens de strikt onpartijdige handhaving dezer beginselen,
zoo veel mogelijk, waarborgen wil geven, onder anderen door uitdruk-
kelijk te bepalen, dat bij de benoeming tot gezegde betrekkingen
acht geslagen zal moeten worden op het daarstelfen, zoo veel mo-
gelijk, eener billijke evenredigheid tussehen de leden der verschillende
kerkgenootschappen. Dit oogmerk blijkt meer bepaaldelijk uit art.
2, 4, 5, 7 en 8 van het besluit.
Het beginsel gehandhaafd wordende, dat het openbaar lager on-
derwijs builen den invloed van het leerstellige van eenig kerkgenoot-
schap moet blijven, heeft men tevens waarborgen willen geven, dat
op de scholen niets worde geleerd, dat met eenige godsdienstleer in
strijd zonde zijn, en ofschoon aan de geestelijkheid der onderschei-
dene gezindten geene autoriteit met betrekking lot het openbaar la-
ger onderwijs mogt worden toegestaan, heeft men echter begrepen,
dat dc geestelijken, uit den aard der zaak, het meest bevoegd zijn,
om te dien opzigte een wakend oog te houden, en dat hun dus ge-
legenheid moest worden verschaft, om zich bekend te maken met
hetgene op dc scholen geleerd wordt, ten einde zij, daarin iets
vindende, dat zij vermeenen als strijdig met dc leer hunner kerk
beschouwd te moeten worden, zulks zouden kunnen aanduiden, en
daaromtrent hunne bezwaren zouden kunnen inbrengen.
Dit punt, hetwelk vele moeijelijkheden opleverde, is thans ge-
regeld geworden bij art. 10 van het besluit.
De goede werking dezer bepaling, met hoe veel zorg ook gesteld,
zal evenwel grootcndeels afhangen van de welwillende medewerking
van allen, die er bij betrokken zijn, en van hun ernstig voornemen,
om, met inachtneming der noodzakelijkheid, dat er steeds voor alle
vakken van het onderwijs eene genoegzame keuze van goede en doel-
matige boeken enz. hlijve bestaan, echter alles, wat aanstoot zoude
kunnen geven, te doen ophouden of te vermijden, maar levens om
geene meerdere zwarigheid in den weg te leggen, dan waartoe men
zich in gemoede verpligt zal achten.
Dit een en ander zal, zoo ik vertrouw, voldoende zijn om ü. E.
Groot Achtbaren nader bekend te maken met het oogpunt, waaruit
het etgenwoordig besluit moet beschouwd worden, en om U E. Groot
Achtbaren in staat te stellen', te dien opzigte de noodige inlich-
tingen en aanbevelingen te doen geworden aan allen, die in U E,
Groot Achtbarens provincie in eenige betrekking tot het openbaar la-
ger onderwijs staan.