Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHANGSEL.
11. Terwijl het aan de onderwijzers bij de lagere scholen en bij
de rijks-kweekscholen voor onderwijzers len strengste verboden blijft,
om in dezelve onderwijs te geven in het leerstellige van eenig kerk-
genootschap, of eenige uitlegging tc geven of uitdrukking te bezigen,
waardoor aan eene of andere gezindheid aanstoot zou kunnen worden
gegeven, zullen voortaan, ter bevordering van het geven van zooda-
nig leerstellig godsdienstig onderwijs, door daartoe bevoegde personen,
afzonderlijk en uitsluitend aan de kinderen, tot de respectieve kerke-
lijke genootschappen behoorende, dagelijks, te beginnen met het jaar
1842, dc lokalen der openbare scholen gedurende één uur beschikbaar
gesteld moeten worden, en zal men de bepaling van het daartoe te
bestemmen uur, en van het gebruik daarvan, beurtelings ten be-
hoeve van iedere kerkelijke gezindte, regelen, door tusschenkomst
der schoolopzieners of der leden van de plaatselijke schoolcommissie,
onder welke de scholen respectievelijk ressorteren, na opzettelijk
overleg met de geestelijken der verschillende kerkelijke gezindheden
in de stad of gemeente.
12. Bij wijziging, in zoo verre, van art. 4 van het reglement A.
behoorende bij de wet van 3 April 1806, zullen de huisonderwijzers
cn huisonderwijzeressen, in hunne eigene huizen of in de huizen van
anderen, aan niet meer dan hoogstens vijf leerlingen tegelijkertijd
onderrigt mogen geven in zoodanige gedeelten van het lager onder-
wijs, bij art. 1 van het voornoemde reglement omschreven, als waar-
voor zij de algemeene en speciale toelating verkregen hebhen, ten
ware evenwel, dat zich in één huisgezin een grooter aantal kinderen,
mits tot hetzelve behoorende, mogt bevinden.
Onze minister van binnenlandsche zaken is belast met de uitvoe-
ring van dit besluit, waarvan afschriften zullen worden medegedeeld
aan het departement voor de hervormde en andere eerediensten, en
aan dat voor de zaken der roomsch-katholijke eeredicnst, lot infor-
matie cn narigt voor zoo veel ieder aangaat, als mede aan den raad
van state, en hetwelk in hel staatsblad zal worden geplaatst.
Gegeven te 'j Gravenhage^ enz.
Jla GIRCITLAIRE van den mïnïster van binnen-
landsche zaken, houdende nadere toelich-
tingen omtrent het kon. besluit van 2
Januarij 1842 n°. 61 (st. bl. n°. 1).
liet besluit is genomen, nadat bij het gouvernement al de inge-
komen bezwaren cn de daarop ingewonnen zeer uiteen loopcndecon-
isideralien en adviesen met de meeste oplettendheid en naauwgczet-
heid waren overwogen, en het alzoo was gebleken, dat, ofschoon de
iwijze van toepassing der bestaande verordeningen op het lager on-