Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AATiHAKGSEL, 121
In zoodanige sleden en gemeenten, waar meerdere lagere scholen
zijn, zal mede, in geval van ontstane vacature, zoo veel mogelijk,
worden gezorgd, dat, bij nagenoeg gelijke bekwaamheid en verdere
geschiktheid der kandidaten, dc billijke verhouding tusschen het ge-
tal schoolonderwijzers en onderwijzeressen der verschillende godsdien-
stige gezindten en dc onderlinge verhouding der bevolking te dien
opzigte worde behouden of hersteld.
8. Door onzen minister van binnenlandsche zaken zullen, na ge-
houden overleg, voor zoo veel noodig, met de departementen van
eeredienst, aan ons maatregelen worden voorgedragen tot het doen
ophouden (voorzoo veel zulks behoudens alle verkregene regten kan
geschieden) van de verpligte vereeniging. waar die nog bestaat, der
onderwijzersbetrekking met kerkelijke bedieningen.
9. Bij wijziging, in zoo verre, van art. 28 van het reglement A,
behoorende tot de wet van 3 April 1806, zullen al de in § 1 van
art. 3 van gemeld reglement bedoelde bijzondere scholen der eerste
klasse, die bij uitsluiting behooren tot een godshuis, van welke ge-
zindte ook, behalve door kinderen tot zoodanig gesticht behoorende,
ook kunnen bezocht worden door kinderen, wier ouders door het dia-
conie- of armbestuur dier gezindte worden gealirnenteerd.
10. De schoolonderwijzers bij de openbare lagere scholen, en bij
de bijzondere lagere scholen van de tweede klasse, zijn gehouden om
aan de geestelijken der onderscheidene gorlsdienstige gezindiieden in
hunne stad of gemeente, op derzelver te dien einde te doene schrif-
telijke aanvrage, opgave te doen van alle boeken, gezangen en schrif-
ten, waarvan zij onderwijzers bij het onderrigt in hunne scholen ge-
bruik maken.
Wanneer een geestelijke eenige bedenking tegen het gebruik van
eenig zoodanig boek enz. mogt hebben, en de onderwijzer zoude ver-
meenen zich naar die, aan hem schriftelijk mede Ie deelen, beden-
king niet te moeten schikken, zal de geestelijke zich te dien opzigte
kunnen adresseren bij den schoolopziener (of bij de plaatselijke school-
commissie), onder welke de school ressorteert.
Zoo deze de bedenking gegrond vindt, zal hij (of de plaatselijke
sciioolcommissie) het verder gebruik van het beklaagde aanstonds
doen schorsen, en vervolgens (de plaatselijke schoolcommissie, door
tusschenkomst van den schoolopziener, die in de commissie zitting
iiceft) de gansche toedragt der zaak aan de provinciale commissie van
:)nderwijs, in hare eerste vergadering, doen kennen.
Indien de provinciale commissie, even als dc betrokken schoolop-
ziener (of de )Iaatselijke schoolcommissie), de bedenking gegrond
/indt, zal deze ve het gebruik van het beklaagde in al de scholen
aarer provincie verbieden.
Indien de provinciale commissie zich met het oordeel van den schoul-
Dpziener (of van de plaatselijke schoolcommissie) niet kan vereenigen, en
i zoo de bedenking, door den geestelijke gemaakt, voor 's hands niet
gegrond acht, zal zij de bedenking aan de kerkelijke overheid vaii
6