Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
WET van den S''«" April 1806 voor het lager scboolwe
zen en onderwijs in de Bataafsche Republiek.
Art. 1.
Het bijzonder opzigt over den staat en de inrigting
der lagere scholen, ais mede over geheel het lager on-
denvijs, is, ouder het oppertoezigt van den raadpensio-
naris, of van den secretaris van staat voor de binnenland-
sche zaken namens denzelven, en onder toevoorzigt van
het departementaal- en landschapsbestuur, alomme in dit
igemeenehest, opgedragen aan personen, onder den naam
van schoolopzieners, welke (waar zulks vereischt wordt)
dit opzigt oefenen onder medewerking van, of gecombi-
neerd met andere personen en commissien of coliegien,
naar den aard der scholen,
a). Bij notificatie van den raadpensionaris der Bataafsche Repu-
bliek van 2 Junij 1806 werd bepaald, dat deze wet met 1 Junij
1806 zoude beginnen eflect te sorteren.
b). Bij besluit van den soiivcreincn vorst van 20 Maart 1814, n°.
2 (St.bl. n". 39) art. 1 wordt bepaald, dat de wet van den 3
April 1806 bij voortdiirinj zal beschouwd worden, als de {jroiid-
slag der nederlandsclie sclioolinrigtinjren, en alle daarop rustende
aijjemeene en bijzondere schoolverordeningen zullen worden ge-'
bandhaafd.
c). Ten gevolge van boven genoemd besluit zijn de zaken van hrt
onderwijs, enz. sedert 1813 achtervolgende behaDdeld:
1°. Tot in September 1815, bij het departement van binncii-
landscLe zaken;
2°. Tot in Julij 1818^ hij dat van onderwijs, kunsten en we-
tenschappen ;
3°. Tot April 1824, bij dat van onderwijs, nationale nijver-
heid en koloniën;
4°. Sedert bij dat van binnenlandsche zaken. '
Van 182J lot in 1830 waserbj laalstgcnoemd departe-
ment een afzonderlijk administrateur voor het ondiTwijs,
de kunsten en wetenschappen.
1