Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AAKUANGSEL. 115
ene Lerziening zullen behoeven. Het zal voldoende zijn, alhier te
oen opmerken : 1°. dat er nimmer eenige bepaling of voorregt bestaan
eeft ten aanzien der wijze, waarop de kundigheden van lagere on-
erwijzers worden verkregetiy zoodat dit artikel dienvolgens op hen
iet toepasselijk is; 2°. dat geenerhande wijziging wordt ingevoerd,
aet opzigt tot de examens, aan welke de lagere onderwijzers onder-
worpen zijn, tot bet verkrijgen van akten van algemeene toelating.
10. Het beginsel, in dit artikel uitgedrukt, is duidelijk en behoeft
•eene verdediging. Dc uitoefening van toezigt op het openbaar on-
[erwijs behoort tot het wezen van elke regering, en meer bijzonder
'an die in dit koningrijk, overeenkomstig dc bepalingen der grond-
vet.
11. Ieder onpartijdig beoordeelaar zal volgaarne erkennen dc bil-
ijkheid, om van het openbaar onderwijs uit te sluiten personen, die
rescbandvlekt zijn door eene regtcrlijke, heizij crimineclc, hetzij cor-
■ectioncele uitspraak.
Het is waar, corrcctioneele Yonnissen zijn, volgens de wet, nietont-
terende; doch soms is de daad, welke door den regter als bewezen
jvordt erkend, yan aard, dat dezelve in dc openbare meening als
jnteerende beschouwd wordt. Mogt zich een geyal opdoen, waarin
dit twijfelachtig ware, zullen UEd. Gr. Achtb. daarover beslissen.
12. Het behoeft naauwelijks gezegd te worden, dat in dit art. mede
bedoeld worden de bisschoppelijke seminarien, tot welke betrekkelijk
is 'skonings besluit van den 2 October 1829,
13. Het besluit van den 14 Augustus 1825 {Staatsblad n°. 04)
zijnde ingetrokken, komen al deszelfs gevolgen te vervallen.
Tot hiertoe heb ik de eer gehad, aan UEd. Gr. Achtb. mede te
deelen eenige algemeene en bijzondere opmerkingen nopens 's konings
besluit. Er schiet mij nog over, om bij UEd. Gr. Achtb. de voort-
during te verzoeken eener menigwerf betoonde belangstelling, in een
onderwerp van zoo groot gewigt.
H, KON. BESLCIIT van 13 Augustus 1831 (st. bl
n°. 26), betreffende het regt verstand der
art 1 en 2 van bet besluit van 27 Mei 1830
(st. bl. 9), omtrent het onderwijs.
Wij WILLEM, e^z.
Op het rapport van onzen staatsraad ad interim^ belast met de
[directie van het departement van binnenlandsche £aken, van 20 Julij
jl., 84, nopens een, tusschen onzen staatsraad, gouverneur van
1 Zuid-Holland en het stedelijk bestuur van Delft^ gerezen verschil.