Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
aahha^vgsel.
L
staten der provincie bijzondere middelen van invordering voorstelden,
zoo dat dezelve door Z. M. zouden kunnen goedgekeurd worden.
Bij n°. 4 van art. 7 wordt de oprigting yan bewaarscholen aanbe-
volen. Die aanbeveling dient voornamelijk ten aanzien van groote
steden in het oog gehouden te worden. De werkscholen, ten dienste
Yan arme kinderen, yooral yan meisjes, zijn ten hoogste nuttig; het
is onnoodig deswege in meer bijzonderheden te treden.
8. Dit art. bevat de uiting van het beginsel, dat de personen,
bij bijzondere instellingen, met het hooger of middelbaar onderwijs
belast, voortaan niet meer gehouden zijn, vooraf, het zij een' akade-
mischen graad, het zij eenen rang als onderwijzer te verkrijgen.
Door deze bepaling wordt aan de onderwijzers van het middelbaar
en hooger onderwijs eene vrijheid verleend, welke de lagere onder-
wijzers, volgens het vroeger gezegde, niet genieten.
Het wordt daarom thans meer dan vroeger noodig, eene grenslijn
te trekken tussehen hel middelbaar en lager onderwijs.
De bedoeling, bij het nemen van het besluit, is geweest, om door
lager onderwijs te verstaan datgene, hetwelk gegeven wordt in het
lezen, schrijven, rekenen, in de hoofdregelen der spraakkunst van
ééne of van meerdere der in het koningrijk gebruikelijke talen, in de
beginselen van geschiedenis, aardrijkskunde of andere soortgelijke we-
tenschappen, hoedanig onderwijs doorgaans door kinderen genoten
wordt. Door middelbaar onderwijs, daarentegen, heeft men verstaan
datgene, hetwelk gegeven wordt aan jeugdige personen, die reeds het
lager onderwijs, volgens bovenstaande omschrijving, genoten hebben,
en zich wenschtcn voor te bereiden, het zij voor het hooger of uni-
versiteits-onderwijs, het zij voor een' bijzonderen stand of beroep, of
die ook blootelijk verlangen eene beschaafde opvoeding te voltooijen.
Deze omschrijvingen zullen genoegzaam zijn, om, in de meeste ge-
vallen, de middelbare van de lagere scholen te onderscheiden. Voor
zoo verre echter de aard van sommige scholen, in de provinciën be-
staande, eene nadere bepaling mogt noodig maken, zullen UEd. Gr.
Achtb. die in de provinciale reglementen kunnen begrijpen, of ook,
in gevallen van twijfeling, eene bijzondere beslissing van het alge-
meen bestuur inroepen.
Ten aanzien van scholen, waar te gelijk klassen voor lager en voor
middelbaar onderwijs gevonden worden, zal de regel behooren te gel-
den, dat de personen, die over de klassen van het lager onderwijs
gesteld zijn, de vereischten van lagere onderwijzers behooren te be-
zitten.
Overigens zullen soortgelijke scholen van gemengden aard, of tot
de lagere of tot de middelbare gerekend worden, naar mate van het
hoofddoel of de hoofdstrekking derzelven.
9. Bij dit art. staat Z. M. eene geheele vrijheid van studiën toe,
onder afschaffing van alle voorregten, welke in dit opzigt aan som-
mige openbare scholen waren toegekend. Voorts doelt deze beschik-
king voornamelijk op de hoogescholen, welker reglementen, bij gevolg.