Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHAISGSEL. HS
lijk is. om dc algemeene ihans in kracht zijnde yerordeningen en be-
ginselen, betrekkelijk het lager onder>¥ijs, door behulp van provin-
ciale reglementen in de verschillende provinciën in werking te bren-
gen, op eene wijze, welke met de plaatselijke gelegenheid meest over-
eenkomstig is. Langs dezen weg zal ook het groote doel der alge-
meene verordeninjTeu het best kunnen bereikt worden.
De punten, in dit artikel en in art. 5 opgenoemd, sluiten niet uit
alle andere punten, welke men in de provinciale reglementen zoude
meencn te moeten hegrijpen; dc opgenoemde punten behooren intus-
schen tot de voornaamste.
Onder n°. 2 van het art. wordt gehandeld van de klassificatie der
scholen, dat is, yan derzelver verdeeling in drie rangen.
Deze klassificatie werd voor lang tot stand gebragt in de noorde-
lijke provinciën, en art. 26 der voorloopige instructie, van den 20
Mei 1821, bepaalde reeds, dat zij ook in de overige proyincien zou
ingevoerd worden. Om dezelve als nu tot stand te brengen, zal men
omtrent elke school, dienen acht te slaan, op de hoegrootheid
der bevolking, 2°. op den aard der bevolking, 3®. op het yermogen
yan de gemeenten, 4®. op dat van de ingezetenen.
liet doel der klassificatie moet zijn. om aan de seholen yan hoo-
geren rang ook een hooger inkomen te ycrbinden, ten einde daar-
door de gemeente in staat zij, eenen meer bekwamen onderwijzer te
bekomen, die teyens bezitter zij van eenen hoogeren rang als onder-
wijzer, dan wel eigen is aan hen, die aan het hoofd staan van scho-
en van lageren rang.
Bij de bepaling van het minimum^ waarvan onder dit nommer ge-
sproken wordt, zal men derhalve eene zekere opklimming in acht
nemen, zoodat het yast inkomen hooger zij naar male van den hoo-
geren rang der school. Dit minimtim zal in dier voege dienen be-
paald te worden, dat het meerendeel der gemeenten in staat zij, het-
zelve te betalen. De geyallen, waarin dit bij uitzondering niet mogt
kunnen plaats hebben, zullen in den staat der algemeene opneming
dienen vermeld te worden, opdat men de middelen herame, om de
behoeftige gemeenten te hulp te komen.
liet maximum in n°. 3 heeft betrekking op de openbare scholen,
en kan verschillend zijn yoor eiken der drie rangen van scholen.
Het zal bij deze gelegenheid in aanmerking komen, te onderzoeken,
of het goed zoude zijn, te bepalen, dat de schoolgelden voortaan
eyen hoog zullen zijn voor alle kinderen, die dezelfde school bezoe-
ken, zonder onderscheid tot welke klasse zij behooren of welk on-
derwijs zij genieten.
De wijze van inning der schoolgelden, daar, waar dezelve door de
ouders zullen moeten worden yoldaan, is nog een punt yan veel be-
lang. Het schijnt zeer nuttig, dat de gemeentelijke ontvangers,
met deze inning worden belast, zoo van de ouders, als van de ge-
stichten van weldadigheid. Maar de ontvanger zal niet anders kun-
nen handelen, dan als gemagtigde van den onderwijzer, ten zij de