Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
110 AAHHAINGSEL.
de stukken niet meer opzenden aan het departement van binnen-
landsche zaken, ten zij in de gevallen, bij bet artikel voorzien.
Eene (jewigtijfe opmcrkinjf, welke hier te maken valt, is deze, dat
men gedwaald heeft, toen men heeft voorgegeven, dat de benoeming
der onderwijzers bij de gemeente-scholen, tot nu toe, bij uitsluiting
van het departement van binnenlandsche zaken afliing. liet zijn de
plaatselijke besturen, die de benoeming doen, no, door een vepgelij-
kend examen, voorgelicht en door het departement van binnenland-
sche zaken gemagtigd te zijn. Voortaan zal deze magtiging, in ge-
wone omstandigheden, vervangen worden door eene verklaring van
den beer gouverneur, waaruit bhjken zal, dat de formaliteiten zijn
in acht genomen, en dat gevolgelijk tot de benoeming kan worden
overgegaan. De tusschenkomst, derhalve, van de beeren gouverneurs
zoude bier geheel lijdelijk zijn, zoo men geene hoop mogt voeden,
dat dezelve strekken zal, om de gevoelens te vereenigcn, en om de
gevallen van beroeping op bet booger bestuur meer zeldzaam te doen
zijn.
3. De gang, welke bier is aangewezen, om te geraken tot de
keuze van scbool-opzieners, strekt, om, zonder inbreuk te maken op
de beslaande wetten en verordeningen, zoo veel mogelijk te gemoet
te komen aan het verlangen van verschillende zijden geuit, dat aan
de provinciale staten meer invloed zoude worden gegeven op de za-
raenstelling der commissien van onderwijs, en dezelve schijnt bij uit-
nemendheid geëigend, om goede uitkomsten te leveren. Immers de
provinciale scbooTcommissIen zijn bovenal in staat, om de bekwaam-
heid der kandidaten te beoordeelen, terwijl de gedeputeerde stalen
zullen kunnen overwegen, of de voorgestelde personen ook uit ande-
ren hoofde gescbiktelijk kunnen gekozen worden, dan wel, of andere
kandidaten ten deze de voorkeur verdienen. Op deze wijze zal 'sko-
nings keuze behoorlijk worden voorgelicht, en s bet te verwachten,
dat de belangen, zoowel van bet onderwijs als van de ingezetenen,
niet zullen worden uit het oog verloren.
4. Dit artikel herinnert een' der gewigtigste pligten der geweste-
lijke en plaatselijke besturen. De algemeene opneming, waarvan in
het slot gesproken wordt, zal ten doel dienen te hebben, om te doen
kennen, al wat er nog ontbreekt, om overal in de geheele provincie
den uitwendigen staat van het schoolwezen op eenen goeden voet te
brengen. Het zal goed zijn, de uitkomsten dezer opneming te bren-
gen in twee afzonderlijke staten, van welke de een zal bevatten al
wat de gebouwen, de andere al wat de inkomsten der onderwijzers
betreft.
Ik stel mij voor, een model van deze staten aan UEd. G. Achtb.
te doen toekomen.
Door behulp van dusdanige opneming, zal het provinciaal, en, zoo
noodig, ook het booger bestuur in staat geraken, om niet alleen bij
het beoordeelen van plaatselijke belangen een algemeen gezigtspunt
voor oogen te hebben, maar ook, om, met naauwkeurige kennis der