Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
T
106 AAHHAINGSEL.
2°. Een vast inkomen.
3®. Een veranderlijk inkomen, hetwelk naar evenredigheid der
schoolgaande kinderen zal worden betaald, het zij uit de mid«
delen der belanghebbende gemeenten, het zij door de ouders
der schoolgaande kinderen, of van wege die kinderen door
hunne voogden, en voor zoo veel armkinderen betreft, door
de liefdadige gestichten, waardoor die kinderen worden onder-
houden.
In allen gevalle zullen, uit de tot dit einde door de gemeenten
te verleenen uitkeering of uit de schoolgelden, ook de boeken en
schoolhehoeften, door de zorg van de plaatselijke besturen, tot ge-
bruik der leerlingen worden aangeschaft.
6. Aan gedeputeerde staten en aan de plaatselijke besturen wordt
opgedragen, om de meest geschikte maatregelen te nemen, len einde
aan de kinderen in de scholen opgenomen, behoorlijk gelegenheid
worde gegeven, om het godsdienstig onderwijs, bij of van wege dc
leeraars der gezindheid, waartoe de kinderen behooren, te kunnen
ontvangen, mitsgaders om Ie waken dat men zich in die scholen van
geen hoek bediene, hetwelk iets bevatte, strijdig met de maatschap-
pelijke orde of de zeden, of wel dat aan de eene of andere der ge-
zindheden, waartoe de kinderen behooren, aansloot zoude kunnen
geven.
7. Door de staten van elke provincie en van het groot-hertogdom
Luxemburg zal in een hunner eerstkomende algemeene vergaderingen,
een reglement opgesteld of de bestaande herzien worden, en een of
ander voorts aan ons ter goedkeuring worden aangeboden, strekkende
om de uitvoering der voorafgaande bepalingen omtrent het lager on-
derwijs te verzekeren cn te regelen, in verband met de bijzondere
aangelegenheden van elke provincie, waarbij in aanmerking zal ko-
men:
1°. liet maken van schikkingen wegens eene billijke verdee-
ling der kosten, vallende op scholen w elke dienen voor on-
derscheidene gemeenten of gedeelten van dien.
2°. Eene verdeeling der scholen in klassen, met bepaling van
een minimum van het vasle inkomen der onderwijzers voor
iedere klasse.
3®. De bepaling van een maximum van het, voor ieder school-
gaand kind, aan den onderwijzer toekomend veranderlijk in-
komen of schoolgeld, als mede het maken van schikkingen,
ten einde de rigtige inning der schoolgelden te verzekeren.
4°. Het nemen van maatregelen, ter bevordering van het daar-
stellcn van bewaarscholen voorkinderen beneden dc zes jaren,
en van werkscholcn voor arme kinderen, vooral van het vrou-
welijk geslacht.
8. Het staat iederen nederlander, die in de uitsluiting bij art. 11
vaslgesteld, niet valt, vrij, om op de bijzondere scholen cn instellin-
gen, waartoe, op den voet van art. 1, autorisatie zal zijn verleend.