Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AAXHANGSEL. 105
Herzien onze besluiten van 14 Junij cn 14 Augustus 1825 (st. bl.
n^ 55 en 64);
Op het rapport van onzen minister van binnenlandsche zaken;
Den raad van state gehoord,
Hebben besloten cn besluiten:
Art. 1. De autorisatie, bij de thans bestaande verordeningen ver-
eischt tot het oprigten van lagere scholen, zal voortaan in het ge-
heele rijk verleend worden, in de steden, door de stedelijke bestu-
ren en, ten platten lande, door de plaatselijke besturen, onder goed-
keuring van gedeputeerde staten der provincie, alles nadat de noo-
dige inlichtingen zullen zijn ingewonnen, omtrent het doel, den aard
en de inrigting der op te rigten scholen.
De autorisatie zal op gelijke wijze verleend worden tot het oprig-
ten van scholen en verdere instellingen voor het middelbaar of hoo-
ger onderwijs, en tot het houden van openbare voorlezingen, voorzoo
verre deze verschillende instellingen huiten medewerking of bezwaar
van eenig openbaar bestuur zullen bestaan.
2. liehalve voor zoo verre *s rijks lagere scholen betreft cn de on-
derwijzersposten, waaraan eenig inkomen van 's landswege is verbon-
den, zal zich de tusschenkomst van het departement van binnenland-
sche zaken, ten aanzien van beroepingen, aanstellingen of admissien
van onderwijzers van lagere scholen, voortaan bepalen lot dc geval-
len, waarin er daaromtrent bij de betrokkene ambtenaren of bestu-
ren verschil van gevoelen, bezwaren of bedenkingen mogten ontstaan.
Jn alle andere gevallen zal de gouverneur der provincie, na zich
te hebben verzekerd dat de bestaande verordeningen behoorlijk zijn
opgevolgd, tot de beroeping, aanstelling of admissie, dadelijk laten
overgaan.
3. Bij het openvallen eener schoolopzienersplaats, zal de provin-
ciale commissie van onderwijs eene voordragt inleveren bij de gede-
puteerde staten, welke dezelve, voorzien van hunne consideratien, cn,
zulks verkiezende, met twee personen vermeerderd, aan het depar-
tement van binnenlandsche zaken zullen opzenden, len einde de be-
noeming vervolgens, op dc gewone wijze, plaats hebbe.
4. I)e provinciale staten en plaatselijke besturen zullen de meest
geschikte middelen aanwenden of voorstellen, ten einde er alom ge-
legenheid voorhanden zij, om aan de jeugd van alle standen der
maatschappij een behoorlijk lager onderwijs te doen erlangen, bij
bekwame onderwijzers, en in ruime, welingerigte scholen.
Om te kunnen nagaan wat er tot volledige bereiking van dat doel
als nog dient te worden gedaan, zal er eene algemeene opneming
geschieden, zoo wel van het getal en den staat der scholen, als van
de schoolmeubelen en der jaarwedden, en verdere voordeden, aan de
onderwijzersposlen verbonden.
5. Aan de openbare onderwijzers in het voorschreven vak, zal,
zoo veel mogelijk, toegewezen worden:
1°. Het genot van eene woning en hof.