Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
104 AAPillAJiGSEL.
601 omtrent de door de {jedepiiteerde staten van Zuid-Holland ge-
opperde raeeninjj, dat aan de plaatselijke besturen en aan de andere
collegien of personen, van onds tot het toelaten of beroepen van
schoolonderwijzers bevoegd, ook onder de tegenwoordige wetgeving
het benoemen en aanstellen derzelve geheel en alleen zoude zijn
overgelaten, zoodra de examens op de, bij de wet en de reglementen
voorgesehrevene wijze afgeloopcn zijn;
Gezien het nader rapport van Onzen voornoemden minister van den
15 Augustus 11., n». 616.
Herzien ons besluit van den 20 Maart 1814 (st. bl. u°. 39) en bij-
zonder deszelfs 2° artikel;
Den raad van state gehoord.
Hebben goedgevonden en verstaan:
Ten overvloede en tot wegneming van allen twijfel te verklaren,
dat, in alle provinciën alwaar de wet van den 3 April 1806, en de
daarop gegronde verordeningen nopens het lager schoolwezen in wer-
king zijn, de toelating of aanstelling van onderwijzers, zoo lange des-
wege geene andere verordeningen zn len worden daargesteld, bij voort-
during behooren Ie geschieden uit kracht der autorisatie, daartoe tel-
kens door het departement van het publiek onderwijs te verleenen,
na ontvangst van het verslag van het examen der sollicitanten.
En is onze voormelde minister belast met de uitvoering dezer, en
bijzonder met enz.
F, KON. BESLUIT van 27 Mei 1830, (st. bl.
n°. 9], houdende wijzigingen in de bestaan-
de bepalingen omtrent het onderwijs.
WIJ WILLEM, £NZ.
In aanmerking nemende, dat wij, in overeenstemming met het ge-
voelen, bij de afdeelingen der tweede kamer van de staten-generaal
geuit, het aan hun Edelmogenden ingezonden ontwerp van wet no-
pens het onderwijs hebben ingetrokken;
Willende al aanstonds, bij wijziging der bestaande verordeningen,
het daaromtrent in onderscheidene gedeelten van het rijk bestaande
verschil, ten aanzien van sommige bepalingen, doen ophouden, cn
aan de beginselen van vrijheid nopens het onderwijs, onder de noo-
dige voorzorgen, meerdere ruimte verleenen, en verlangende tevens
den voortgang van het lager onderwijs meer en meer te bevorderen;
Gelet op de art. 73, 145, 155, 226 en 228 der grondwet en op
de wet van 6 Maart 1818 (st.bl. n°. 12).