Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHAISGSEL. 101
len alle daarop rustende algemeene en bijzondere sehoolverordenin-
jcn niet alleen worden gehandhaafd in de provinciën, alwaar dezelve
lereids zijn ingevoerd, maar ook, behoudens de noodzakelijke modi-
ficatien, in die gedeelten vau den staat in werking worden gebragt,
welke, in den jare 1806, zich daarvan af;;escheurd bevonden, en eerst
onlangs met denzelven hereenigd zijn of verder zullen worden.
2. Ter vervulling der openvallende plaatsen van schoolonderwij-
«crs, zullen, op den tot hiertoe gebruikelijken voet, de opgeroepcne
wettige sollicitanten aan een vergelijkend examen worden onderwor-
pen, en zal, na ontvangst van het verslag deswege, onze commissa-
ris-generaal van binneniandsche zaken de autorisatie tot de aanstel-
ling of toelating verleenen, en de vereischte akte uitreiken.
3. Onze commissaris-generaal van binneniandsche zaken zal ons
nader dienen van consideralien over de vrage, of en in hoe verre de
kosten van het onderwijs gevoegelijk door andere middelen, dan door
subsidie uit 's lands schatkist zouden kunnen worden bestreden, en
speciaal omtrent hetgene, met dit oogmerk, ten aanzien der reeds
bestaande of verder op te rigten en uit te breiden gemeentelijke school-
fondsen behoort te worden vast gesteld.
4. Inmiddels, en in afwachting onzer finale beslissing deswege,
zullen aan de schoolonderwijzers uit lands kasse, en te rekenen van
primo December 1813 of zoodanige traktementen of subsidien wor-
den uitbetaald, als zij vóór de inlijving dezer landen in Frankrijk,
respectievelijk uit *s lands of uit eenige algemeene kasse genoten heb-
ben.
5. Onze commissaris-generaal van binneniandsche zaken is belast
met de executie van dit besluit, hetwelk zal worden gebragt ter ken-
nisse van de rekenkamer en voorts in het Staatsblad geinsereerd.
Gegeven te Gravenhage, enz.
D« UITTREKSEL uit het besluit van Z. K. H.,
den souvereinen vorst der Vereenigde Ne-
derlanden, van 4 Maart 1815, n°. 87, hou-
dende ontbinding der bestaande en oprig-
ting; van provinciale commissien van on-
derwijs.
Wij WILLEM, enz.
Gezien ons besluit van 20 Maart n°. 2, waarbij de wet van 3
April 1806, betrekkelijk het lager schoolwezen wordt in werking ge-
bragt;
Gelet op art. 6, 7 en 8 van dezelve wet, als ook op art. 18 en
21 der daarbij behoorende instructie der schoolopzieners en commis-
sien van onderwijs;